Boordcomputer A of B

11021_HJBPH2_002_1_image.jpeg

Afhankelijk van de auto, beschikt hij over de volgende functies:

Al deze functies worden gedetailleerd beschreven in dit instructieboekje.

Auto uitgerust met instrumentenpaneel A

De functies worden weergegeven in zone 5

Selecteer de functies door herhaaldelijk op schakelaar 2 of 3 te drukken.

Auto uitgerust met instrumentenpaneel B

De functies worden weergegeven in zone 5.

Selecteer de functies door herhaaldelijk op schakelaar 2 of 3 te drukken.

Selecties

(het display hangt af van de uitvoering van de auto en het land)

f) Ritoverzicht, storings- en informatieberichten;

b) Gegevens van de reis:

  • het gemiddeld verbruik;
  • huidig verbruik;
  • geschat bereik met resterende brandstof;
  • kilometerteller:
  • Gemiddelde snelheid

c) dagteller en gemiddelde snelheid;

d) reset van de bandenspanning;

e) stel de tijd in;

f) onderhoudsinterval:

  • Onderhoudsinterval
  • afstand tot olieverversing.

Resetten van de dagteller en ritinstellingen (resetknop)

Zorg ervoor dat een van de ritinstellingen wordt weergegeven en druk op de schakelaar 4 "OK " totdat de weergave naar nul wordt gereset.

Automatische nulinstelling van de gegevens van de reis

De nulinstelling gebeurt automatisch als één van de gegevens zijn maximale waarde bereikt.

Betekenis van de waarden gedurende de eerste paar kilometer na een nulinstelling

De waarden van gemiddeld verbruik, bereik en gemiddelde snelheid worden stabieler en nauwkeuriger naarmate de afgelegde afstand vanaf de laatste nulinstelling groter wordt.

De eerste kilometers na een nulinstelling kunt u constateren dat de actieradius toeneemt tijdens het rijden. Dit komt doordat rekening wordt gehouden met het gemiddeld verbruik sinds de laatste nulinstelling. Het gemiddeld verbruik kan afnemen als:

  • de auto met een constante snelheid rijdt;
  • de motor zijn bedrijfstemperatuur bereikt (nulinstelling bij koude motor);
  • u vanuit druk stadsverkeer op de buitenweg komt.