Renault Kangoo 2 phase 2

Estate-uitvoering met 3 achterstoelen

² Plaats verboden voor het installeren van een kinderzitje.

ü Plaats waar een ISOFIX kinderzitje is toegelaten.

± De zitplaatsen achterin zijn voorzien van een verankering voor de bevestiging van een universeel ISOFIX-kinderzitje vooruit. De verankeringen bevinden zich in de bagageruimte en zijn zichtbaar.

De grootte van een ISOFIX-kinderzitje wordt aangegeven door een letter:

- A, B en B1 [F3, F2, F2X]: voor vooruitgerichte zitjes van groep 1 (9 tot 18 kg);

- C [R3]: voor achterwaarts gerichte zitjes van groep 1 (van 9 tot 18 kg);

- D en E [R2, R1]: kuipzitjes of achterwaarts gerichte zitjes van groep 0 of 0+ (onder 13 kg);

- F en G [L1, L2]: voor reiswiegjes van groep 0 (minder dan 10 kg);

- [B2]: stoelverhogers van groep 2 en 3 (15 tot 25 kg en 22 tot 36 kg).

Door het gebruik van een niet bij de auto passend kinderveiligheidssysteem wordt de baby of het kind niet correct beschermd. Het kan ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

Estate-uitvoering met 2 achterstoelen

² Plaats verboden voor het installeren van een kinderzitje.

Vervoer van een passagier is STRENG VERBODEN.

ü Plaats waar een kinderzitje is toegelaten. ISOFIX.

± De zitplaatsen achterin zijn voorzien van een verankering voor de bevestiging van een universeel ISOFIX-kinderzitje vooruit. De verankeringen bevinden zich in de bagageruimte en zijn zichtbaar.

De grootte van een ISOFIX-kinderzitje wordt aangegeven door een letter:

- A, B en B1 [F3, F2, F2X]: voor vooruitgerichte zitjes van groep 1 (9 tot 18 kg);

- C [R3]: voor achterwaarts gerichte zitjes van groep 1 (van 9 tot 18 kg);

- D en E [R2, R1]: kuipzitjes of achterwaarts gerichte zitjes van groep 0 of 0+ (onder 13 kg);

- F en G [L1, L2]: voor reiswiegjes van groep 0 (minder dan 10 kg);

- [B2]: stoelverhogers van groep 2 en 3 (15 tot 25 kg en 22 tot 36 kg).

Door het gebruik van een niet bij de auto passend kinderveiligheidssysteem wordt de baby of het kind niet correct beschermd. Het kan ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

X = Plaats niet toegestaan voor het installeren van een kinderzitje ISOFIX.

IUF/IL = Plaats waar een kinderzitje is toegestaan met de goedkeuring “Universeel/semi-universeel of voertuigspecifiek” voor auto's die zijn uitgerust met het ISOFIX-systeem; controleer of het kan worden gemonteerd.

i-U = Geschikt voor “universele” i-Size-bevestigingsmiddelen, voorwaarts en achterwaarts gericht.

(1) Zet de stoel zo ver mogelijk naar achteren en zo hoog mogelijk en zet de rugleuning licht schuin (ongeveer 25°).

(2) Zet de stoel van de auto indien nodig zo ver mogelijk naar achteren. Om een kinderzitje achterstevoren te installeren, zet u de voorstoel van de auto zo ver mogelijk naar voren. Zet daarna de voorstoel zo ver mogelijk terug zonder dat deze tegen het kinderzitje komt.

(3) Verwijder in ieder geval de hoofdsteun van de stoel achteraan waarop het kinderzitje is geplaatst. Dit moet gebeuren voordat u het kinderzitje plaatst. Raadpleeg de informatie over de “Hoofdsteunen achter” in deel 3. Schuif de stoel vóór het kind naar voren, zet de rugleuning naar voren om contact tussen de stoel en de benen van het kind te voorkomen.

De grootte van een ISOFIX kinderzitje wordt aangegeven door een letter:

- A, B en B1 [F3, F2, F2X]: voor vooruitgerichte zitjes van groep 1 (9 tot 18 kg);

- C en D [R3, R2]: naar achteren gerichte zitjes of kuipzitjes in groep 0+ (minder dan 13 kg) of groep 1 (9 tot 18 kg);

- E [R1]: naar achteren gerichte zitjes in groep 0 (minder dan 10 kg) of 0+ (minder dan 13 kg);

- F en G [L1, L2]: voor reiswiegjes van groep 0 (minder dan 10 kg);

- [B2]: stoelverhogers van groep 2 en 3 (15 tot 25 kg en 22 tot 36 kg).

(4) LEVENSGEVAAR OF RISICO OP ERNSTIG LETSEL: controleer voordat u een kinderzitje installeert op de passagiersstoel voorin installeert, of de airbag is uitgeschakeld (zie “Kinderveiligheid: uitschakelen, inschakelen van de passagiersairbag voorin” in hoofdstuk 1).

In de tabel hieronder staat dezelfde informatie als op het overzicht van de vorige bladzijde, overeenkomstig de wettelijke voorschriften.

Break uitvoering

Type kinderzitje

Gewicht van het kind

Grootte van het zitje

[Hoogte]

Zitplaats voorin passagier

Zitplaatsen zijkant achter

Middelste zitplaats achterin, alleen bij uitvoering met vijf zitplaatsen

Reiswieg dwars

Goedgekeurd voor groep 0

< tot 10 kg

F, G

[L1, L2]

X

IL (1)

X

Naar achteren gericht zitje/kuipzitje

Goedgekeurd voor groepen 0, 0+ of 1

< tot 13 kg en 9 tot 18 kg

C, D, E

[R3, R2, R1]

X

IL (1)

X

Kinderzitje vooruit geplaatst

Goedgekeurd voor groep 1

9 tot 18 kg

A, B, B1

[F3, F2, F2X]

X

IUF - IL (2)

X

Zittingverhoger

Goedgekeurd voor groep 2 en 3

15 tot 25 kg en 22 tot 36 kg

[B2]

X

X

X

Stoel I-Size

X

X

X

(1) Zet de stoel van de auto indien nodig zo ver mogelijk naar achteren. Om een kinderzitje achterstevoren te installeren, zet u de voorstoel van de auto zo ver mogelijk naar voren. Zet daarna de voorstoel zo ver mogelijk terug zonder dat deze tegen het kinderzitje komt.

(2) Verwijder in ieder geval de hoofdsteun van de stoel achteraan waarop het kinderzitje is geplaatst. Dit moet gebeuren voordat u het kinderzitje plaatst. Raadpleeg de informatie over de “Hoofdsteunen achter” in deel 1. Schuif de stoel vóór het kind naar voren, zet de rugleuning naar voren om contact tussen de stoel en de benen van het kind te voorkomen.

De grootte van een ISOFIX kinderzitje wordt aangegeven door een letter:

- A, B en B1 [F3, F2, F2X]: voor vooruitgerichte zitjes van groep 1 (9 tot 18 kg);

- C en D [R3, R2]: naar achteren gerichte zitjes of kuipzitjes in groep 0+ (minder dan 13 kg) of groep 1 (9 tot 18 kg);

- E [R1]: naar achteren gerichte zitjes in groep 0 (minder dan 10 kg) of 0+ (minder dan 13 kg);

- F en G [L1, L2]: voor reiswiegjes van groep 0 (minder dan 10 kg);

- [B2]: stoelverhogers van groep 2 en 3 (15 tot 25 kg en 22 tot 36 kg).