Renault Clio 4 phase 2
RENAULT card afstandsbediening
Als u bent ingestapt, steekt u de RENAULT card met de geïntegreerde sleutel naar u toe gericht, zo diep mogelijk in de kaartlezer 2.
Om te starten, drukt u op de knop 1. Als een versnelling ingeschakeld is, is het indrukken van het koppelingspedaal voldoende om te kunnen starten.
“Handsfree” RENAULT card
De RENAULT card moet zich in de kaartlezer 2 of binnen de detectiezone 3 bevinden.
Om te starten drukt u op het rempedaal of het koppelingspedaal en drukt u op de knop 1. Als een versnelling ingeschakeld is, is het indrukken van het koppelingspedaal voldoende om te kunnen starten.
Starten met geopende achterklep in handsfree stand
In dat geval mag de RENAULT card zich niet in bagageruimte bevinden.
Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de auto
Laat nooit, zelfs niet eventjes, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.
Ze kunnen zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, organen te bedienen zoals bijvoorbeeld de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen.
Bovendien kan bij warm en/of zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.
LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.
Bijzonderheden
Auto’s met automatische transmissie
De hendel moet in stand P staan.
Alle auto’s
- Als aan een van die startvoorwaarden niet voldaan wordt, verschijnt de boodschap “DRUK OP REM + START” of “ONTKOPPEL + START” of “SELECTEER STAND P” op het instrumentenpaneel;
- in sommige gevallen moet het stuurwiel worden bewogen bij het indrukken van de startknop 1 om het ontgrendelen van de stuurkolom mogelijk te maken, de boodschap “DRAAI STUURWIEL + START” waarschuwt u;
- indien u de motor start bij erg lage buitentemperatuur (kouder dan -10 °C): houd het koppelingspedaal ingedrukt tot de motor start.
Functie accessoires
(Contact aanzetten)
Zodra u bent ingestapt, kunt u beschikken over een aantal functies van de auto (radio, navigatiesysteem, ruitenwisser, enz.).
Voor andere functies:
- auto’s met een RENAULT card afstandsbediening, steek de card in de lezer 2;
- auto’s met een “handsfree” RENAULT card met de card in het interieur of in de kaartlezer 2, druk op de knop 1 zonder de pedalen in te drukken.
N.B.: afhankelijk van de auto, start de motor door het indrukken van de knop 1.
Bij een storing
In sommige gevallen werkt de “handsfree” RENAULT card niet:
- batterij van de RENAULT card leeg, accu ontladen, enz.
- nabijheid van een apparaat dat de dezelfde frequentie gebruik (scherm, mobiele telefoon, computerspel, enz.);
- de auto bevindt zich in een sterk elektromagnetisch veld.
De boodschap “KAART INVOEREN A_U_B_” verschijnt op het instrumentenpaneel.
Steek de RENAULT zo diep mogelijk in de lezer 2.
Voorwaarden voor het stoppen van de motor
De auto moet stilstaan, met de hendel in stand N of P bij een auto met een automatische transmissie.
Bijzonderheid
Afhankelijk van de auto stoppen de accessoires (radio enz.) met werken zodra de motor wordt uitgeschakeld, het bestuurdersportier wordt geopend of de portieren worden vergrendeld.
RENAULT card afstandsbediening
Card in de lezer 2, druk op de knop 1: de motor stopt. In dit geval vergrendelt de stuurkolom als de kaart uit de lezer wordt gehaald.
Bijzonderheid
Als de card niet in de lezer zit als u de motor wilt stoppen, verschijnt de boodschap “KAART AFWEZIG INGEDRUKT HOUDEN” op het instrumentenpaneel: druk langer dan twee seconden op de knop 1.
“Handsfree” RENAULT card
Als de card zich in de auto bevindt, drukt u op de knop 1: de motor stopt. De stuurkolom vergrendelt bij het openen van het bestuurdersportier of bij het vergrendelen van de auto.
Als de card niet in het interieur aanwezig is als u de motor wilt stoppen, verschijnt de boodschap “KAART AFWEZIG INGEDRUKT HOUDEN” op het instrumentenpaneel: druk langer dan twee seconden op de knop 1.
Zet nooit het contact uit voordat de auto compleet stilstaat. Door het stilzetten van de motor is er geen bekrachtiging meer van Door het stilzetten van de motor is er geen bekrachtiging meer van de remmen, stuurinrichting, enz. en zijn de passieve veiligheidsorganen zoals de airbags en gordelspanners uitgeschakeld.
Controleer, als u de auto verlaat en vooral als u de RENAULT card bij u heeft, of de motor echt gestopt is.