Renault Master 3 phase 1
U dient zich te houden aan de wetgeving van het land waarin u zich bevindt. Overtreding van de geldende regelgeving is strafbaar.
De werking van de startvergrendeling
De reagens bestemd is voor dieselmotoren voorzien van het SCR (selectieve katalysator)-systeem. Gebruik van de reagens vermindert de hoeveelheid stikstofoxide in uitlaatgassen.
Reagenskwaliteit
Gebruik alleen reagentia die voldoen aan standaard ISO 22241 en in overeenstemming met de markering op de vuldop.
gemiddeld verbruik
Ongeveer 3,5 l per 1000 km, afhankelijk van de auto.
Het werkelijke verbruik is afhankelijk van de gebruiksomstandigheden, de uitrusting en de rijstijl.
Vullen
Inhoud van de tank: ongeveer 20 liter.
Open het passagiersportier vooraan om het klepje 2 te kunnen openen. Draai de dop 1 los.
Opmerking: er kan ammoniumhydroxidedamp ontsnappen uit de opening als de temperatuur van de tank hoog is.
Auto uitgerust met de functie Stop and Start
Om reagens bij te vullen, moet de motor worden afgezet (niet op stand-by): zet de motor af (zie “De motor starten/stoppen” in hoofdstuk 2).
Als het bericht “XXX KM STOP VUL ADBLUE” verschijnt, vult u de reagenstank volgens de vulvoorschriften.
Risico op stilstand van de auto.
De tankdop is van een speciaal type.
Vraag naar ditzelfde type als u een andere dop koopt. Ga naar een merkdealer. Maak de omgeving van het vulsysteem niet schoon met een hogedrukreiniger.
Voorzorgsmaatregelen
U kunt de tank bijvullen bij de pomp. In andere gevallen is het belangrijk dat u de informatie op de reagenscontainer (blik of fles) leest.
Wees voorzichtig als u de reagens bijvult. Het kan kleding, schoenen, onderdelen van de carrosserie enz. beschadigen.
Als er reagens overstroomt of op het lakwerk terechtkomt, moet het betroffen gebied snel met veel water en een zachte doek worden gereinigd.
Opmerking: als het reagens kristalliseert, gebruikt u een zachte spons.
De reagens mag niet in contact komen met ogen of huid. Bij onverhoopt contact spoelen met veel water. Indien nodig een arts raadplegen.
Bij extreem koud weer
Als het vriest moet de reagenstank worden bijgevuld als de -indicator en het bericht “Vul AdBlue bij voor 1500 km” verschijnen op het instrumentenpaneel.
Bijzondere gevallen
De reagensvloeistof bevriest bij temperaturen lager dan ongeveer -10°C.
Probeer in deze omstandigheden niet om de vloeistof bij te vullen als deze bevroren is. Indien u het reservoir moet vullen of bijvullen met reagens ( aan), zet u de auto indien mogelijk op een warmere plek zodat de reagens weer vloeibaar wordt. Anders vraagt u een vakman om reagensvloeistof bij te vullen.
Nadat u de reagenstank hebt bijgevuld, controleert u of de dop en het klepje zijn gesloten. Start dan de motor en WACHT 10 seconden terwijl de auto stilstaat met draaiende motor voordat u weer wegrijdt.
Als u dit niet doet, wordt het bijvullen van de tank pas geregistreerd nadat de auto tientallen minuten heeft gereden.
Het bericht “--- VUL ADBLUE” verschijnt en/of de controlelampjes branden totdat het bijvullen is geregistreerd door het systeem.
Er mogen geen werkzaamheden worden uitgevoerd aan onderdelen van het systeem. Om schade te voorkomen mag uitsluitend deskundig personeel van de merkdealer werkzaamheden aan het systeem uitvoeren.
Waarschuwing met boodschap op het instrumentenpaneel op het display 3
Uitvoeringen voor voorwielaandrijving en bestelwagen
Er verschijnen controlelampjes en berichten op het instrumentenpaneel 3 volgens de actieradius van de resterende reagens.
Afhankelijk van de rijstijl kan verschijnen voordat de reagensmeter op het instrumentenpaneel op het minimumpeil staat (zie “Displays en meters” in hoofdstuk 1).
Onderhoud/actieradius De informatie op het instrumentenpaneel kan worden vergezeld door een geluidssignaal. | ||
Controleen waarschuwingslampjes | Boodschappen | Wat te doen? |
- | “NIVEAU ADBLUE CORRECT” | - |
- | “Vul AdBlue bij voor 2400 km” | Als het bericht verschijnt bij aanzetten van het contact, hebt u een actieradius van minder dan 2400 km. Laat een merkdealer de reagenstank vullen of bijvullen. |
gaat branden. | “Vul AdBlue bij voor 1500 km” | Als het bericht verschijnt bij aanzetten van het contact, hebt u een actieradius tussen 1500 km en 1000 km. Laat een merkdealer de reagenstank vullen of bijvullen. |
gaat branden. | “XXX KM STOP VUL ADBLUE” | Het bericht verschijnt als het contact wordt aangezet en wordt herhaald: - ongeveer elke 100 km: u hebt een actieradius tussen ongeveer 1000 km en 200 km -ongeveer elke 50 km: u hebt een actieradius van minder dan 200 km. Laat in elk geval een merkdealer de reagenstank zo snel mogelijk vullen of bijvullen. |
gaat branden. | “0 KM STOP VUL ADBLUE” | De motor wil niet starten. Voor een herstart moet u zelf de reagenstank bijvullen. |
Systeemstoring
Als de beschreven controlelampjes gaan branden, kan dit gepaard gaan met een geluidssignaal.
Controleen waarschuwingslampjes | Boodschap | Interpretatie |
|---|---|---|
en © gaan branden. | « CONTR_ LUCHT- VERONTREINIGING » | Geeft een storing in het systeem aan. Raadpleeg zo snel mogelijk de merkdealer. |
en © gaan branden. | “xxx KM GEBLOK ANTILUCHTVER” | Geeft aan dat er een systeemfout is en dat binnen 1000 km de auto niet meer kan worden gestart. Deze waarschuwingen worden herhaald: - elke 100 km, totdat er ongeveer 200 km resteert voordat de auto niet meer kan worden gestart; -elke 50 km wanneer er minder dan 200 km resteert voordat de auto niet meer kan worden gestart. Raadpleeg zo snel mogelijk de merkdealer. |
en © gaan branden. | “0KM BLOKKADE ANTILUCHTVER” | Geeft aan dat de auto niet opnieuw zal starten nadat het contact is uitgeschakeld. Roep de hulp in van een merkdealer. |
Waarschuwing zonder melding op het instrumentenpaneel
Uitvoeringen voor bus en achterwielaandrijving
Het controlelampje verschijnt volgens de hoeveelheid reagens die wordt aangeduid door de naald 4 op het instrumentenpaneel.
Onderhoud/actieradius
Peil van de peilstaaf eruit | Waarschuwingen | Wat te doen? |
|---|---|---|
Actieradius A | - | - |
Actieradius B | gaat branden. | U moet de reagenstank (bij)vullen of dit laten doen door een merkdealer. |
Actieradius C | knippert gedurende enkele seconden aan het begin van de waarschuwing en telkens wanneer het contact wordt aangezet en blijft dan branden. | |
Actieradius D | knippert gedurende enkele seconden aan het begin van de waarschuwing en telkens wanneer het contact wordt aangezet en blijft dan branden. Gaat gepaard met geluidssignalen. | De motor lijkt onvoldoende vermogen te hebben. Vul de reagenstank zo snel mogelijk bij, of laat dit doen door een merkdealer. |
Bij E | Lege tank. knippert, u hoort pieptonen en u ziet het bericht “CONTR. ANTI LUCHT VERONT”. | In dit geval wordt, wanneer de motor de volgende keer wordt gestopt/gestart, de snelheid van de auto begrensd tot ongeveer 20 km/u totdat u de reagenstank vult of dit laat doen door een merkdealer. |
Systeemstoring
Als de beschreven controlelampjes gaan branden, kan dit gepaard gaan met een geluidssignaal.
Controleen waarschuwingslampjes | Interpretatie |
|---|---|
en © gaan branden. | Geeft een storing in het systeem aan. Raadpleeg zo snel mogelijk de merkdealer. |
en © knipperen bij het starten van de motor en blijven dan branden. | Geeft een storing in het systeem aan met verlies van motorvermogen. Raadpleeg zo snel mogelijk de merkdealer. |
en © knipperen. | Geeft een storing in het systeem aan. In dit geval wordt de snelheid van de auto, wanneer de motor de volgende keer wordt gestopt/gestart, begrensd tot ongeveer 20 km/u. Raadpleeg zo snel mogelijk de merkdealer. |