Radio Connect R & GO 3
Introductie
De inductielaadzone 1 kan worden gebruikt om een telefoon zonder een laadsnoer te laden.
Als het voertuig is uitgerust, wordt het oplaadgebied aangegeven met (afhankelijk van het voertuig):
- een bijbehorend symbool;
en/of
- de oplaadstatus wordt automatisch op het scherm weergegeven zolang de telefoon zich in de daarvoor bestemde zone bevindt.
De locatie kan variëren, afhankelijk van het voertuig. Raadpleeg de handleiding van de auto voor meer informatie.
Opmerking:
- voor meer informatie over compatibele telefoons neemt u contact op met een merkdealer of gaat u naar de website van de fabrikant.
- voor optimaal opladen verwijdert u bij voorkeur het beschermhoesje van de telefoon voordat u deze oplaadt;
- Voor optimaal opladen moet het gehele oppervlak van de telefoon zijn uitgelijnd met het oppervlak van de oplaadmat.
Oplaadprocedure
Plaats uw telefoon 2 in de inductielaadzone 1. Het opladen wordt automatisch gestart en de voortgang van het opladen 3 wordt weergegeven op het scherm.
Telefoon opladen 2 wordt onderbroken in de volgende gevallen:
- er wordt een object gedetecteerd in de inductielaadzone 1;.
- de inductieoplaadzone 1 wordt te warm. Zodra de temperatuur is gedaald, wordt het laadproces 2 van uw telefoon weldra hervat.
tip
Voorwerpen die achterblijven in de inductielaadzone 1 kunnen oververhit raken. U wordt geadviseerd om deze in de daarvoor bestemde zones te plaatsen (opbergruimte, opbergruimte achter zonneklep enz.).
Voortgang opladen
De voortgang van het laden wordt weergegeven op het audiosysteempaneel:
- opladen voltooid 3;
- opladen actief 4;
- metalen voorwerp gedetecteerd 5.
tip
Zorg vooral dat er geen voorwerpen (USB geheugenstick, SD geheugenkaart, creditcard, startkaart, sieraden, sleutels, munten enz.) in de inductieoplaadzone 1 liggen terwijl uw telefoon wordt opgeladen. Verwijder magnetische kaarten of creditcards uit het telefoonhoesje voordat u de telefoon in de inductielaadzone 1 plaatst.