Renault Austral

Overzicht van de installatie

Versie passagiersstoel voorin met systeem ISOFIX (voorstoelen met elektrische bediening)

warning

LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIGE VERWONDINGEN:

controleer, voordat u een kinderzitje tegen de rijrichting in op de passagiersstoel voor plaatst, of de airbag is gedeactiveerd Kinderveiligheid: de passagiersairbag voorin uitschakelen, inschakelen.

tip

Voor de voorpassagiersstoel wordt het gebruik van een kinderzitje met vloersteun aanbevolen, om te voorkomen dat het waarschuwingssignaal van de veiligheidsgordel wordt geactiveerd.

2_ALL_046_1_pictogramme.png

Plaats verboden voor het installeren van dit type kinderzitje.

Kinderzitje bevestigd met hetISOFIX-systeem

3_ALL_086_1_pictogramme.png Plaats waar een ISOFIX kinderzitje is toegelaten.

3_ALL_084_1_pictogramme.png De zitplaatsen achterin zijn voorzien van een verankering voor de bevestiging van een universeel ISOFIX-kinderzitje vooruit. De verankeringspunten bevinden zich in de rugleuning van de passagiersstoel voor en in de rugleuning van de achterbank.

warning

Door het gebruik van een niet bij de auto passend kinderveiligheidssysteem wordt de baby of het kind niet correct beschermd. Het kan ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

warning

Monteer het kinderzitje bij voorkeur op een zitplaats achterin.

Om op deze zitplaats een ISOFIX-kinderzitje te installeren, maakt u eerst de autogordel los nadat u de bouten vastzet.

warning

Wanneer een ISOFIX-kinderzitje op de zitplaats aan de linkerkant achterin wordt geïnstalleerd, kan de middelste zitplaats niet meer worden gebruikt. De middelste autogordel is immers niet meer toegankelijk of bruikbaar.

Installatieoverzicht

De onderstaande tabel bevat de informatie die ook wordt getoond op het schema van de passagiersstoel voorin met het systeem ISOFIX om ervoor te zorgen dat de toepasselijke regelgeving wordt gevolgd.

Type kinderzitje

Gewicht van het kind

Grootte van het zitjeISOFIX

Zitplaats voorpassagier (6)

Zitplaatsen achter aan de zijkanten (6)

Zitplaats middenachter (6)

Zonder airbag of met uitgeschakelde airbag

Met airbag ingeschakeld

Reiswieg dwars

Groep 0

< tot 10 kg

L1 [F], L2 [G]

X

X

IL (1)

X

Kuipzitje achterstevoren geplaatst

Groepen 0 of 0 +

< tot 13 kg

R1 [E]

IL (2) (5)

X

IL (3)

X

Kuipzitje/kinderzitje achterstevoren

Groepen 0 + en 1

< tot 13 kg en 9 tot 18 kg

R3 [C], R2 [D]

IL (2) (5)

X

IL (3)

X

Kinderzitje vooruit geplaatst

Groep 1

9 tot 18 kg

F3 [A], F2 [B], F2X [B1]

X

IUF - IL (2)

IUF - IL (3) (4)

X

Zittingverhoger

Groep 2

15 tot 25 kg en 22 tot 36 kg

[B2, B3]

X

IUF - IL (2)

IUF - IL (3) (4)

X

Stoeli-Size

i-U (2) (5)

i-UF (2)

i-U (3) (4)

X

X = Stoel niet geschikt voor montage van kinderzitjes van dit type.

IUF/IL = stoel waar een kinderzitje met de goedkeuring "Universeel/semi-universeel of voertuigspecifiek" mag worden bevestigd met ISOFIX (voor auto's die daarmee zijn uitgerust): controleer of dit kan worden gemonteerd.

i-U = Geschikt voor "universele", voorwaarts en achterwaarts gerichte i-Size-bevestigingsmiddelen.

i-UF = Alleen geschikt voor "universele" i-Size-bevestigingsmiddelen, voorwaarts en achterwaarts gericht.

(1) Een reiswieg kan dwars in de auto worden geplaatst; dit kost minstens twee zitplaatsen. Plaats het hoofd van het kind richting de binnenkant van de auto.

(2) Zet de stoel zo ver mogelijk naar achteren en zo hoog mogelijk en zet de rugleuning licht schuin (ongeveer 25°).

(3) Zet indien nodig de autostoel zo ver mogelijk naar achteren en zet de rugleuning licht schuin (ongeveer 25°). Voordat u een achterwaarts gericht kinderzitje installeert, beweegt u de voorstoel zo ver mogelijk naar voren. Zodra het kinderzitje is geïnstalleerd, beweegt u de voorstoel zo ver mogelijk naar achteren zonder dat deze het kinderzitje raakt.

( 4 ) Verwijder in ieder geval de hoofdsteun van de stoel achter waarop het kinderzitje is geplaatst. Dit moet gebeuren voordat u het kinderzitje plaatst (zie het punt “Hoofdsteunen achter” in hoofdstuk 3 van het instructieboekje van de auto). Schuif de stoel vóór het kind naar voren, zet de rugleuning naar voren om contact tussen de stoel en de benen van het kind te voorkomen.

De grootte van een ISOFIX kinderzitje wordt aangegeven door een letter:

  • [B2, B3]: stoelverhogers van groep 2 en 3 (15 - 25 kg en 22 - 36 kg);
  • F3, F2, F2X [A, B,B1]: voorwaarts gerichte zitjes van groep 1 (9 tot 18 kg);
  • R3,R2,R2X [C, D ]: achterwaarts gerichte zitjes of kuipzitjes van groep 0+ (minder dan 13 kg) of groep 1 (9 tot 18 kg);
  • R1 [E]: naar achteren gerichte zitjes in groep 0 (minder dan 10 kg) of groep 0+ (minder dan 13 kg);
  • L1, L2 [F, G]: reiswiegen van groep 0 (onder 10 kg).
warning

(5) RISICO OP DODELIJK OF ERNSTIG LETSEL: controleer voordat u een achterwaarts gericht kinderzitje op de passagiersstoel voor plaatst, of deairbag is uitgeschakeld Kinderveiligheid: de passagiersairbag voorin uitschakelen, inschakelen.

warning

(6) Schakel de functie "Easy Access Seat" uit voordat u een kinderzitje op de passagiersstoel voorin en/of op de achterbank installeert.

Verwondingsgevaar

Overzicht van de installatie

Versie passagiersstoel voorin zonder systeem ISOFIX (voorstoelen met handmatige bediening)

warning

LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIGE VERWONDINGEN:

controleer, voordat u een kinderzitje tegen de rijrichting in op de passagiersstoel voor plaatst, of de airbag is gedeactiveerd Kinderveiligheid: de passagiersairbag voorin uitschakelen, inschakelen.

tip

Voor de voorpassagiersstoel wordt het gebruik van een kinderzitje met vloersteun aanbevolen, om te voorkomen dat het waarschuwingssignaal van de veiligheidsgordel wordt geactiveerd.

2_ALL_046_1_pictogramme.png

Plaats verboden voor het installeren van dit type kinderzitje.

Kinderzitje bevestigd met hetISOFIX-systeem

3_ALL_086_1_pictogramme.png Plaats waar een ISOFIX kinderzitje is toegelaten.

3_ALL_084_1_pictogramme.png De zitplaatsen achterin zijn voorzien van een verankering voor de bevestiging van een universeel ISOFIX-kinderzitje vooruit. De verankeringspunten bevinden zich in de rugleuning van de passagiersstoel voor en in de rugleuning van de achterbank.

warning

Door het gebruik van een niet bij de auto passend kinderveiligheidssysteem wordt de baby of het kind niet correct beschermd. Het kan ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

warning

Monteer het kinderzitje bij voorkeur op een zitplaats achterin.

Om op deze zitplaats een ISOFIX-kinderzitje te installeren, maakt u eerst de autogordel los nadat u de bouten vastzet.

warning

Wanneer een ISOFIX-kinderzitje op de zitplaats aan de linkerkant achterin wordt geïnstalleerd, kan de middelste zitplaats niet meer worden gebruikt. De middelste autogordel is immers niet meer toegankelijk of bruikbaar.

Installatieoverzicht

De onderstaande tabel vat de informatie samen die al getoond werd op de afbeelding van de versie van de passagiersstoel voorin zonder het systeem ISOFIX om ervoor te zorgen dat de toepasselijke regelgeving wordt gevolgd.

Type kinderzitje

Gewicht van het kind

Grootte van het zitjeISOFIX

Handmatig bediende passagiersstoel voorin

Zitplaatsen achter aan de zijkanten (6)

Zitplaats middenachter (6)

Reiswieg dwars

Groep 0

< tot 10 kg

L1 [F], L2 [G]

X

IL (1)

X

Kuipzitje achterstevoren geplaatst

Groepen 0 of 0 +

< tot 13 kg

R1 [E]

X

IL (3)

X

Kuipzitje/kinderzitje achterstevoren

Groepen 0 + en 1

< tot 13 kg en 9 tot 18 kg

R3 [C], R2 [D]

X

IL (3)

X

Kinderzitje vooruit geplaatst

Groep 1

9 tot 18 kg

F3 [A], F2 [B], F2X [B1]

X

IUF - IL (3) (4)

X

Zittingverhoger

Groep 2

15 tot 25 kg en 22 tot 36 kg

[B2, B3]

X

IUF - IL (3) (4)

X

Stoeli-Size

X

i-U (3) (4)

X

X = Stoel niet geschikt voor montage van kinderzitjes van dit type.

IUF/IL = stoel waar een kinderzitje met de goedkeuring "Universeel/semi-universeel of voertuigspecifiek" mag worden bevestigd met ISOFIX (voor auto's die daarmee zijn uitgerust): controleer of dit kan worden gemonteerd.

i-U = Geschikt voor "universele", voorwaarts en achterwaarts gerichte i-Size-bevestigingsmiddelen.

i-UF = Alleen geschikt voor "universele" i-Size-bevestigingsmiddelen, voorwaarts en achterwaarts gericht.

(1) Een reiswieg kan dwars in de auto worden geplaatst; dit kost minstens twee zitplaatsen. Plaats het hoofd van het kind richting de binnenkant van de auto.

(2) Zet de stoel zo ver mogelijk naar achteren en zo hoog mogelijk en zet de rugleuning licht schuin (ongeveer 25°).

(3) Zet indien nodig de autostoel zo ver mogelijk naar achteren en zet de rugleuning licht schuin (ongeveer 25°). Voordat u een achterwaarts gericht kinderzitje installeert, beweegt u de voorstoel zo ver mogelijk naar voren. Zodra het kinderzitje is geïnstalleerd, beweegt u de voorstoel zo ver mogelijk naar achteren zonder dat deze het kinderzitje raakt.

( 4 ) Verwijder in ieder geval de hoofdsteun van de stoel achter waarop het kinderzitje is geplaatst. Dit moet gebeuren voordat u het kinderzitje plaatst (zie het punt “Hoofdsteunen achter” in hoofdstuk 3 van het instructieboekje van de auto). Schuif de stoel vóór het kind naar voren, zet de rugleuning naar voren om contact tussen de stoel en de benen van het kind te voorkomen.

De grootte van een ISOFIX kinderzitje wordt aangegeven door een letter:

  • [B2, B3]: stoelverhogers van groep 2 en 3 (15 - 25 kg en 22 - 36 kg);
  • F3, F2, F2X [A, B,B1]: voorwaarts gerichte zitjes van groep 1 (9 tot 18 kg);
  • R3,R2,R2X [C, D ]: achterwaarts gerichte zitjes of kuipzitjes van groep 0+ (minder dan 13 kg) of groep 1 (9 tot 18 kg);
  • R1 [E]: naar achteren gerichte zitjes in groep 0 (minder dan 10 kg) of groep 0+ (minder dan 13 kg);
  • L1, L2 [F, G]: reiswiegen van groep 0 (onder 10 kg).
warning

(5) RISICO OP DODELIJK OF ERNSTIG LETSEL: controleer voordat u een achterwaarts gericht kinderzitje op de passagiersstoel voor plaatst, of deairbag is uitgeschakeld Kinderveiligheid: de passagiersairbag voorin uitschakelen, inschakelen.

warning

(6) Schakel de functie "Easy Access Seat" uit voordat u een kinderzitje op de passagiersstoel voorin en/of op de achterbank installeert.

Verwondingsgevaar