SNELHEIDSBEGRENZER (1/3)

De snelheidsbegrenzer is een functie die u helpt om een door u gekozen maximumsnelheid niet te overschrijden.

Hoofdstuk

Hulp- en correctiesystemen tijdens het rijden (1/5)

Afhankelijk van de auto, kunnen deze bestaan uit:

- ABS (antiblokkeersysteem van de wielen);

- het elektronische stabiliteitsprogramma (ESC) met onderstuurcontrole en tractiecontrole;

- de noodstopbekrachtiging;

- van de wegliggingscontrole;

- hulp bij het wegrijden op een helling.

Hoofdstuk

Tips voor onderhoud en minder luchtverontreiniging

Uw auto voldoet aan de eisen voor recycling aan het einde van de gebruiksduur, die van kracht werden in 2015.

Bepaalde onderdelen van uw auto zijn daarom ontwikkeld met het oog op hun later recycling.

Deze onderdelen zijn gemakkelijk te demonteren om opgehaald en behandeld te worden door gespecialiseerde recyclingbedrijven.

Hoofdstuk

Tips voor het rijden, zuinig rijden (1/4)

Het brandstofverbruik is goedgekeurd overeenkomstig een voorgeschreven standaardmethode. Deze methode is voor alle autofabrikanten hetzelfde en maakt het mogelijk om auto’s met elkaar te vergelijken. Het werkelijke verbruik is afhankelijk van de gebruiksomstandigheden van de auto, de uitrustingen en de rijstijl. Raadpleeg voor een optimaal brandstofverbruik onderstaande aanbevelingen.

Hoofdstuk

BIJZONDERHEDEN VAN DE UITVOERINGEN MET EEN DIESELMOTOR

Toerental van de dieselmotor

De inspuitpomp van de dieselmotor heeft een elektronische begrenzing die er voor zorgt dat het afgestelde motortoerental in geen van de versnellingen kan worden overschreden.

Als de controlelampjes Ä en © branden, raadpleeg dan snel een merkdealer

Hoofdstuk

Bijzonderheden versies met benzinemotor

Onder bepaalde omstandigheden, zoals:

- te lang doorrijden als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt;

- het gebruik van loodhoudende benzine;

- het gebruik van niet goedgekeurde smeermiddelen of brandstofadditieven.

Of bij het optreden van storingen zoals:

Hoofdstuk

Functie Stop and start (1/4)

Dit systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik en vermindert de uitstoot van broeikasgassen.

Het systeem wordt automatisch ingeschakeld wanneer de auto begint te rijden. Tijdens het rijden zet het systeem de motor af (op stand-by) wanneer de auto stilstaat (file, voor een stoplicht enz.).

Omstandigheden waarbij de motor op stand-by wordt gezet

De auto heeft na de laatste stilstand gereden.

Hoofdstuk