Gemotoriseerde achterklep

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Gebruiksomstandigheden

  • Zet de auto stil.
  • Indien de achterklep door ijs of sneeuw niet kan openen, moet u beslist de achterklep ijs- of sneeuwvrij maken.
  • Als de accu leeg is of is vervangen, moet de achterklep gesloten worden (handmatig indien nodig) om de gemotoriseerde bediening opnieuw in te schakelen.

Openen/sluiten

Het openen of sluiten van de gemotoriseerde achterklep wordt aangeduid door drie geluidssignalen.

Hoofdstuk

Bagageruimte

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Open zetten

Druk op knop 1 om de achterklep een paar centimeter te openen.

Trek de achterklep omhoog.

Hoofdstuk

Automatische portiervergrendeling tijdens het rijden

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De werking van de startvergrendeling

11041_HJBPH2_005_1_image.jpeg

Na het wegrijden van de auto, vergrendelen de portieren automatisch als de auto een snelheid van ongeveer 10 km/u heeft bereikt.

De portieren ontgrendelen automatisch

Hoofdstuk

Portieren en kleppen vergrendelen, ontgrendelen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Als de kaart niet werkt:

In sommige gevallen werkt de kaart mogelijk niet:

  • als de kaartbatterij of de accu van de auto leeg is enz.;
  • bij gebruik van apparaten op dezelfde frequentie als de kaart (mobiele telefoon, enz.).
  • De auto bevindt zich in een sterk elektromagnetisch veld.

In dat geval is het mogelijk:

Hoofdstuk

Portieren openen en sluiten

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Openen van buitenaf

Voorportieren

11022_HJBPH2_002_1_image.jpeg

Als de portieren ontgrendeld zijn of u de kaart bij u draagt, houd de handgreep 1 vast en trek deze naar u toe.

Hoofdstuk

Kaart

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Algemeen

11005_DHN_001_1_image.jpeg

1.

Ontgrendelen van alle portieren.

2.

Vergrendelen van alle portieren.

Hoofdstuk

Belangrijke aanbevelingen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>
warning

Gelieve deze richtlijnen aandachtig te lezen. Als deze adviezen niet worden opgevolgd, kan dat leiden tot brand, ernstig letsel of elektrische schokken die de dood tot gevolg kunnen hebben.

Bij een ongeluk of elektrische schok

Bij een ongeval of botsing tegen de onderkant van de auto (bijv. contact met een paaltje, stoeprand of ander straatmeubilair) kan het elektrische circuit of de tractiebatterij beschadigd raken.

Hoofdstuk

Werkzaamheden

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Het hybridesysteem selecteert de verbrandingsmotor en/of de elektromotor op basis van de rijstijl (soepel of sportief rijden enz.), de verkeersomstandigheden en de geselecteerde rijmodus MULTI-SENSE.

Diepe plassen, overstromingen:

Hoofdstuk

Introductie

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

1

12 V-hulpaccu

2

230V-tractiebatterij

3

Oranje elektrische bedrading

Hoofdstuk