De AUTOHOLD-functie

De auto is gestopt (bijvoorbeeld bij een rood verkeerslicht, een kruispunt, een file, enz.), de functie waarborgt de remkracht zelfs wanneer de bestuurder het rempedaal loslaat.

Hoofdstuk

Bijzondere kenmerken van benzine-uitvoeringen (1/2)

Onder bepaalde omstandigheden, zoals:

- te lang doorrijden als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt;

- het gebruik van loodhoudende benzine;

- het gebruik van niet goedgekeurde smeermiddelen of brandstofadditieven.

Of bij het optreden van storingen zoals:

Hoofdstuk

Functie Stop and start (1/4)

Dit systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik en vermindert de uitstoot van broeikasgassen. Het systeem wordt automatisch ingeschakeld wanneer de auto begint te rijden. Tijdens het rijden stopt het systeem de motor (stand-by) wanneer het voertuig tot stilstand komt of langzaam rijdt (verkeersopstopping, verkeerslichten enz.), afhankelijk van het voertuig.

Omstandigheden waarbij de motor op stand-by wordt gezet

Hoofdstuk

INRIJDEN

Benzinemotor

Rijd de eerste 1 000 km niet sneller dan 130 km/uur in de hoogste versnelling en laat de motor met niet meer dan 3 000 tot 3 500 tr/min draaien.

Pas na ongeveer 3 000 km zult u over het volle vermogen van de motor kunnen beschikken.

Onderhoudsbeurten: zie het onderhoudsdocument van uw auto.

Hoofdstuk