Bijzonderheden versies met benzinemotor

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Onder bepaalde omstandigheden, zoals:

  • lang doorrijden als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt;
  • gebruiken van loodhoudende benzine;
  • het gebruik van niet goedgekeurde toevoegingen aan de motorolie of de brandstof.

Of bij het optreden van storingen zoals:

Hoofdstuk

Bijzonderheden versies met dieselmotor

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Toerental van de dieselmotor

Om schade aan de motor te voorkomen, mag het motortoerental tijdens het rijden nooit hoger zijn dan 4.500 tpm, ongeacht welke versnelling is ingeschakeld.

Hoofdstuk

Parkeerrem

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

handrem

Vrij zetten

Trek de hendel 2 iets omhoog waarna u de knop 1 indrukt en de hendel omlaag duwt.

Hoofdstuk

Versnellingsschakelaar

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Versnellingshendel.

Inschakelen achteruitversnelling

(bij stilstaande auto)

Volg de tekening op de knop 1 van de hendel en trek, afhankelijk van de auto, de ring omhoog tegen de knop om de achteruitversnelling in te schakelen.

Hoofdstuk

Functie Stop and Start

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Dit systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik en vermindert de uitstoot van broeikasgassen.

Het systeem wordt automatisch ingeschakeld wanneer de auto begint te rijden.

Tijdens het rijden zet het systeem de motor af (op stand-by) wanneer de auto stilstaat (file, voor een stoplicht enz.).

Omstandigheden waarbij de motor op stand-by wordt gezet

de auto heeft na de laatste stilstand gereden.

Voor de handgeschakeld versnellingsbak:

Hoofdstuk

Contactslot bij auto's met een sleutel.

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Stand "Stop en stuurslot actief" A .

Als u de sleutel 1 uit het slot trekt en het stuur draait, hoort u een klik: de stuurinrichting is nu vergrendeld.

U zet het stuurslot vrij door het stuur en de sleutel iets heen en weer te bewegen.

Stand B "Accessoires"

Het contact staat af maar de accessoires, bijvoorbeeld de radio, kunnen worden gebruikt.

Stand C "Aan"

Het contact staat aan.

Hoofdstuk

Inrijden

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Benzinemotor

Rijd de eerste 1000 km niet sneller dan 130 km/uur in de hoogste versnelling en laat de motor met niet meer dan 3000 tot 3500 omw/min draaien.

Pas na ongeveer 3000 km zult u over het volle vermogen van de motor kunnen beschikken.

Onderhoudsbeurten: raadpleeg het onderhoudsboekje van de auto.

Hoofdstuk

Reagenstank

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

U dient zich te houden aan de wetgeving van het land waarin u zich bevindt. Overtreding van de geldende regelgeving is strafbaar.

De werking van de startvergrendeling

De reagens is bestemd voor dieselmotoren voorzien van het SCR-systeem (selectieve katalysator).

Gebruik van een reagens vermindert de hoeveelheid stikstofoxide in uitlaatgassen.

Hoofdstuk