Installatie van het kinderzitje, algemeen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Op bepaalde zitplaatsen mogen geen kinderzitjes bevestigd worden. Het diagram geeft aan waar een kinderzitje moet worden gemonteerd.

warning

Monteer het kinderzitje bij voorkeur op een zitplaats achterin.

Hoofdstuk

Sleutel, afstandsbediening

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Algemeen

11007_HJBPH2_001_1_image.jpeg

1.

Vergrendelen van alle portieren.

2.

Ontgrendelen van alle portieren.

Hoofdstuk

Kaart

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Algemeen

11005_DHN_001_1_image.jpeg

1.

Ontgrendelen van alle portieren.

2.

Vergrendelen van alle portieren.

Hoofdstuk

keuze van de bevestiging van het kinderzitje

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Er zijn twee bevestigingssystemen voor kinderzitjes: met de autogordel of met het ISOFIX-systeem.

Bevestiging met de autogordel

De autogordel moet worden afgesteld om goed te kunnen werken bij krachtig remmen of bij een botsing.

Laat de gordel lopen zoals de fabrikant van het kinderzitje voorschrijft.

Hoofdstuk

LPG-tank

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Bruikbare inhoud van de LPG-tank: ongeveer 32 liter.

Zet de handrem vast, leg de motor stil, zet het contact uit en doof de lichten.

Houd u in ieder geval aan de veiligheidsvoorschriften in de tankstations.

Hoofdstuk

Starten, Stoppen van de motor

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De motor start altijd op benzine.

tip

Zolang de brandstoftank leeg is, kan het voertuig niet starten of alleen in LPG-modus rijden.

Gebruik van de twee brandstoffen LPG/benzine vereist de aanwezigheid van benzine (voor starten, hoge acceleratie, lage temperaturen, enz.).

Hoofdstuk

Introductie

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Deze voertuigen gebruiken twee soorten brandstof: LPG en benzine.

Ze zijn uitgerust met twee aparte reservoirs Brandstoftank.

Wat is LPG

Hoofdstuk

Belangrijke aanbevelingen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>
warning

Gelieve deze richtlijnen aandachtig te lezen. Als deze adviezen niet worden opgevolgd, kan dat leiden tot brand, ernstig letsel of elektrische schokken die de dood tot gevolg kunnen hebben.

Bij een ongeluk of elektrische schok

Bij een ongeval of botsing tegen de onderkant van de auto (bijv. contact met een paaltje, stoeprand of ander straatmeubilair) kan het elektrische circuit of de tractiebatterij beschadigd raken.

Hoofdstuk