Inrijden

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

(Versie met verbrandingsmotor)

Rijd de eerste 1500 km niet harder dan ongeveer 90 km/uur in de hoogste versnelling, met een toerental lager dan 2500 tpm. Daarna kunt u sneller rijden, maar de motor bereikt zijn volle vermogen pas na 6000 km.

Trek tijdens het inrijden nooit snel op. Als de motor nog koud is mag u hem in de lagere versnellingen nooit met een hoog toerental laten draaien.

Onderhoudsbeurten: raadpleeg het onderhoudsdocument van de auto.

Hoofdstuk

Reagenstank

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De tank vullen met reagens

U dient zich te houden aan de wetgeving van het land waarin u zich bevindt.

Overtreding van de geldende regelgeving is strafbaar.

De werking van de startvergrendeling

De reagens is bestemd voor dieselmotoren voorzien van het SCR-systeem (selectieve katalysator).

Hoofdstuk

Brandstoftank

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Vullen van de tank

Nuttige capaciteit van de brandstoftank: ongeveer 80 liter.

Houd u aan de volgende instructies:

Hoofdstuk

Ruitenwissers

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Auto voorzien van ruitenwisser met interval

Hoofdstuk

CLAXON EN LICHTSIGNALEN

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Geluidssignaal

Druk op het midden van het stuurwiel A om de claxon te laten klinken.

Lichtsignaal

Trek de hendel 1 naar u toe en laat los om met de koplampen te knipperen.

Hoofdstuk

Afstellen van de koplampen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Afhankelijk van het voertuig kunt u met de schakelaar A de hoogte van de koplampstralen aanpassen aan de belading.

Als de dimlichten branden, drukt u op of trekt u aan schakelaar A zo vaak als nodig is voor het selecteren van de gewenste stand op het instrumentenpaneel.

Hoofdstuk