Bijzonderheden versies met benzinemotor

Onder bepaalde omstandigheden, zoals:

- te lang doorrijden als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt;

- het gebruik van loodhoudende benzine;

- het gebruik van niet goedgekeurde smeermiddelen of brandstofadditieven.

Of bij het optreden van storingen zoals:

Hoofdstuk

Functie Stop and start (1/4)

Dit systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik en vermindert de uitstoot van broeikasgassen.

Het systeem wordt automatisch ingeschakeld wanneer de auto begint te rijden. Tijdens het rijden zet het systeem de motor af (op stand-by) wanneer de auto stilstaat (file, voor een stoplicht enz.).

Omstandigheden waarbij de motor op stand-by wordt gezet

De auto heeft na de laatste stilstand gereden.

Hoofdstuk

INRIJDEN

Inrijden

Benzinemotor

Rijd de eerste 1 000 km niet sneller dan 90 km/u in de hoogste versnelling.

Na 1 000 km kunt u uw auto zonder beperkingen gebruiken; pas na 3 000 km zal hij echter zijn volle vermogen kunnen geven.

Onderhoudsbeurten: raadpleeg het onderhoudssocument van uw auto voor het uit te voeren onderhoud.

Hoofdstuk

REAGENSTANK (1/5)

U dient zich te houden aan de wetgeving van het land waarin u zich bevindt.

Overtreding van de geldende regelgeving is strafbaar.

De werking van de startvergrendeling

De reagens bestemd is voor dieselmotoren voorzien van het SCR (selectieve katalysator)-systeem.

Gebruik van de reagens vermindert de hoeveelheid stikstofoxide in uitlaatgassen.

Hoofdstuk

BRANDSTOFTANK (1/3)

Vullen van de tank

Om de tankdopklep te openen, plaatst u uw vinger in de uitsparing 1.

Hoofdstuk