Inrijden

Inrijden

(Versie met verbrandingsmotor)
Rijd de eerste 1500 km niet harder dan ongeveer 90 km/uur in de hoogste versnelling, met een toerental lager dan 2500 tpm. Daarna kunt u sneller rijden, maar de motor bereikt zijn volle vermogen pas na 6000 km.
Trek tijdens het inrijden nooit snel op.

Hoofdstuk

Afstellen van de koplampen

Afstellen van de koplampen

Afhankelijk van het voertuig kunt u met de schakelaar A de hoogte van de koplampstralen aanpassen aan de belading.

Hoofdstuk

Camerabeeld achter

Camerabeeld achter

Afhankelijk van het voertuig kan het achteraanzicht worden getoond door de camera 1.
Het beeld in de achteruitkijkspieg

Hoofdstuk

Controleen waarschuwingslampjes

Controleen waarschuwingslampjes

Instrumentenpaneel A of B

De aanwezigheid en de werking van de lampjes ZIJN AFHANKELIJK VAN HET UITRUSTINGSNIVEAU EN HET LAND.

Hoofdstuk

Klok en buitentemperatuur

Klok en buitentemperatuur

Voertuigen uitgerust met een multimediascherm 1, navigatiesysteem, telefoon, enz.

Hoofdstuk

Alarmmeldingen

Alarmmeldingen

Deze verschijnen met het controlelampje img_1_all_040_1.svg . U moet dan, voor uw eigen veiligheid, direct stoppen zodra dit zonder gevaar mogelijk is. Stop de motor en start deze niet opnieuw.

Hoofdstuk

Storingsmeldingen

Storingsmeldingen

Ze verschijnen bij het waarschuwingslampje   img_1_all_036_1.svg om te melden dat u voorzichtig en zonder uitstel naar een merkdealer moet rijden. Als u dit voorschrift negeert, loopt u h

Hoofdstuk