Renault Master 4

Bedieningsknoppen

(afhankelijk van de auto)

1.

Regeling van de temperatuur van de lucht.

2.

Functie "Helder zicht".

3.

Regeling van de ventilatiesnelheid

4.

Inschakelen van de automatische werking.

5.

Bediening van de airconditioning.

6.

Verdeling van de lucht in het interieur.

7.

Luchtkringloop.

8.

Ontdooien/ontwasemen van de achterruit en, afhankelijk van de auto, van de spiegels.

Automatische modus

De automatische airconditioning garandeert (met uitzondering van extreme gevallen) een temperatuurcomfort in het interieur en het helder houden van de ruiten, bij een zo optimaal mogelijk brandstofverbruik. Het systeem regelt de ventilatiesnelheid, luchtverdeling en luchtkringloop, en het in- of uitschakelen van de airconditioning en verwarming.

AUTO: optimaliseert het geselecteerde comfortniveau volgens de externe omstandigheden. druk op de knop 4.

Regeling van de temperatuur

Draai toets 1 afhankelijk van de gewenste temperatuur.

Hoe verder u de knop rechtsom draait, hoe warmer het wordt.

Regeling van de ventilatiesnelheid

Normaal zorgt het systeem automatisch voor de juiste ventilateursnelheid om de ingestelde temperatuur te bereiken en te handhaven.

U kunt altijd de ventilatiesnelheid verhogen of verlagen door aan knop 3 te draaien.

Functie "helder zicht"

Druk op knop 2 en het ingebouwde waarschuwingslampje gaat branden.

Met deze functie worden de voorruit, de zijruiten voor, de achterruit en de buitenspiegels snel ontdooid en ontwasemd (afhankelijk van de auto). De functie activeert automatisch de airconditioning (afhankelijk van de auto) en de achterruitverwarming.

Druk op de toets 8 om de werking van de achterruitverwarming uit te schakelen: het ingebouwde controlelampje dooft.

Om deze functie uit te schakelen, drukt u op knop 2 of 4.

Opmerking: hiermee wordt de luchtrecirculatie automatisch uitgeschakeld.

Wijzigen van de verdeling van de lucht in het interieur

Draai de knop 6. het controlelampje in de toets waarop u hebt gedrukt, licht op.

2_ALL_551_1_pictogramme.png

De lucht wordt naar de uitstroomsleuven onder de voorruit en de voorste zijruiten gevoerd.

2_ALL_402_1_pictogramme.png

De lucht wordt naar de roosters van de zijruiten voorin, de ontwasemingssleuven onder de voorruit en naar de voetenruimtes gevoerd.

2_ALL_403_1_pictogramme.png

De luchtstroom wordt naar de ventilatieroosters van het dashboard gevoerd, naar de voeten van de inzittenden voorin en afhankelijk van de auto, van de inzittenden op de stoelen van de tweede rij.

2_ALL_405_1_pictogramme.png

De luchtstroom wordt voornamelijk naar de ventilatieroosters in het dashboard en de centrale ventilatieopeningen voor de achterpassagiers geleid.

2_ALL_404_1_pictogramme.png

De luchtstroom komt voornamelijk via de ventilatieopeningen aan de voeten van de inzittenden (onder het dashboard en/of onder de voorstoelen).

Achterruitverwarming en -ontwaseming

Druk op knop 8 en het ingebouwde waarschuwingslampje gaat branden. De achterruit wordt nu snel ontwasemd en de elektrische buitenspiegels worden verwarmd (afhankelijk van de uitvoering).

U schakelt deze functie uit door opnieuw op de knop 8 te drukken. De verwarming schakelt na enige tijd automatisch uit.

Inen uitschakelen van de airconditioning

Normaal schakelt het systeem automatisch de airconditioning in of uit, afhankelijk van de weersomstandigheden.

Druk op knop 5 om de airconditioning uit te schakelen. Het ingebouwde controlelampje dooft.

Inschakelen van de luchtkringloop (isolatie van het interieur)

Deze functie wordt automatisch geregeld, maar u kunt de recirculatiefunctie van tijd tot tijd activeren om het interieur te isoleren van de buitenlucht, bijvoorbeeld wanneer u door een vervuild gebied rijdt.

Handmatig gebruik

Druk op knop 7 en het ingebouwde waarschuwingslampje gaat branden.

Opmerking: om te voorkomen dat de ruiten beslaan, kan het systeem de functie automatisch uitschakelen. Het controlelampje in de knop 7 gaat uit.

Druk nogmaals op knop 13 om de functie uit te schakelen zodra de luchtrecirculatie niet meer nodig is.

Bij langdurig gebruik van deze stand kunnen de ruiten aan de binnenkant beslaan of weer aanvriezen. Ook zal het in de auto, door gebrek aan frisse lucht, kunnen gaan stinken.

Om dit te voorkomen, wordt de luchtkringloopstand na een bepaalde tijd automatisch uitgeschakeld.

Uitschakelen van het systeem

Draai de knop 1 naar "OFF" om het systeem te stoppen. U schakelt het systeem weer in door de knop 1 te draaien en de ventilatiesnelheid in te stellen of door op de knop 4 te drukken.

tip

Door het gebruik van de airconditioning neemt het brandstofverbruik toe (gebruik de airconditioning daarom niet als het niet nodig is).

Electrische voorruitverwarming,

Druk bij draaiende motor op de schakelaar 9 (het ingebouwde controlelampje brandt).

Met deze functie (indien aanwezig) wordt de voorruit ontwasemd.

Druk, om deze functie uit te schakelen, opnieuw op de schakelaar 9.