Renault Zoe Phase 2
Onderstaande aanwijzingen helpen u eventuele storingen snel, maar voorlopig, te verhelpen. Laat de auto echter wel zo spoedig mogelijk door een merkdealer nakijken.
STORINGEN | MOGELIJKE OORZAKEN | WAT TE DOEN |
|---|---|---|
De tractiebatterij kan niet worden opgeladen. Het waarschuwingslampje van de oplaadklep knippert rood. | De buitentemperatuur is minder dan -26 °C. | Laad uw auto weer op een gematigde plek op. Indien nodig SLEPEN, PECH. |
Er is geen stroom op de wandcontactdoos of de kabel is niet goed op het gewone stopcontact aangesloten. | Laat uw installatie controleren (hoofdschakelaar, programmeerapparaat...). Controleer de aansluitingen (laadcontact, enz.). ELEKTRISCHE AUTO: opladen. | |
Het snoer is beschadigd. | Raadpleeg een merkdealer om het te vervangen. | |
De tractiebatterij kan niet worden opgeladen. Het waarschuwingslampje van de oplaadklep knippert blauw. | Het laadsnoer is niet correct op de auto aangesloten. | Sluit de laadkabel goed aan op de auto. ELEKTRISCHE AUTO: opladen. |
De programmatie van de airconditioning werkt niet. | Er is niet aan een van de gebruiksvoorwaarden voldaan (de tractiebatterij wordt niet opgeladen...). |
Onderstaande aanwijzingen helpen u eventuele storingen snel, maar voorlopig, te verhelpen. Laat de auto echter wel zo spoedig mogelijk door een merkdealer nakijken.
STORINGEN | MOGELIJKE OORZAKEN | WAT TE DOEN |
|---|---|---|
De stuurkolom blijft vergrendeld.
| Stuurwiel geblokkeerd. | Draai het stuurwiel terwijl u drukt op de startknop van de motor. STARTEN, STOPPEN VAN DE MOTOR. |
Het sturen gaat zwaar. | Oververhitting van de bekrachtiging. | Rijd voorzichtig bij lage snelheid, let op de kracht die u moet zetten op het stuurwiel om de wielen te draaien. |
Probleem met de elektrische bekrachtigingsmotor. Storing in het hulpsysteem. | Raadpleeg een merkdealer. |
STORINGEN | MOGELIJKE OORZAKEN | WAT TE DOEN |
|---|---|---|
De kaart kan geen portieren ontgrendelen of vergrendelen. | Batterij van de card leeg. | Vervang de accu of laat deze vervangen. U kunt nog steeds uw auto vergrendelen/ontgrendelen en starten. VERGRENDELEN, ONTGRENDELEN VAN DE PORTIEREN en STARTEN, STOPPEN VAN DE MOTOR. |
Gebruik van apparaten die op dezelfde frequentie als de afstandsbediening werken (mobiele telefoon, enz.). | Stop met het gebruik van de apparaten of gebruik de sleutel die in de kaart is ingebouwd ELEKTRISCHE AUTO: opladen. | |
De auto bevindt zich in een sterk elektromagnetisch veld. Ontladen 12 V-hulpaccu. | Gebruik de sleutel die in de kaart is ingebouwd ELEKTRISCHE AUTO: opladen. | |
Desynchronisatie van de kaart. | Ontgrendel het bestuurdersportier door de sleutel die in de kaart zit, in het portierslot te steken; VERGRENDELEN, ONTGRENDELEN VAN DE PORTIEREN plaats de kaart in de daarvoor bestemde positie STARTEN, STOPPEN VAN DE MOTOR en druk op START om de kaart te synchroniseren. | |
Het bericht “Kaart dichtbij START + drukken” verschijnt op het instrumentenpaneel. | De kaartaccu is leeg of de kaart is niet synchroon. | Controleer de accustatus van de kaart of plaats de kaart in het gebied STARTEN, STOPPEN VAN DE MOTOR dat hiervoor is bedoeld. |
Elektrische organen | MOGELIJKE OORZAKEN | WAT TE DOEN | |
|---|---|---|---|
Trillingen.
| Banden te zacht, beschadigd of uit balans. | Controleer de bandenspanning. Als deze goed is, laat de staat van de banden dan door een merkdealer controleren. | |
De ruitenwissers werken niet. | Ruitenwisserbladen kleven. | Maak de wisserbladen los van de ruit. | |
Zekering ruitenwisser voor doorgebrand. | Raadpleeg een merkdealer. | ||
Zekering ruitenwisser achter doorgebrand (interval, rustcontact). | Vervang de zekering of laat deze vervangen. ZEKERINGEN. | ||
Motor defect. | Raadpleeg een merkdealer. | ||
De ruitenwisser stopt niet.
| Elektrische verstelling defect. | Raadpleeg een merkdealer. | |
Knipperfrequentie te hoog. | Defecte achterlamp. | Vervang de lamp of laat deze vervangen. | |
De knipperlichten werken niet meer. | Aan één kant: | Defecte achterlamp. | Vervang de lamp of laat deze vervangen. |
Aan twee kanten: | - zekering doorgebrand; | Vervang de zekering of laat deze vervangen. ZEKERINGEN. | |
- knipperautomaat defect. | Te vervangen: raadpleeg een merkdealer. | ||
Elektrische organen | MOGELIJKE OORZAKEN | WAT TE DOEN | |
|---|---|---|---|
De koplampen werken niet meer. | Aan één kant: | - defecte achterlamp; | Vervang de lamp of laat deze vervangen. |
- draad los of stekker niet goed aangesloten. | Controleer en sluit de draad of stekker aan. | ||
Aan tweekanten:
| circuit met zekering. | Controleer en vervang deze indien nodig. | |
De koplampen blijven branden. | Elektrische verstelling defect. | Raadpleeg een merkdealer. | |
Condens in de koplampen of achterlichten. | Condens is een normaal verschijnsel dat kan ontstaan door variaties in temperatuur en vochtigheid. Deze sporen verdwijnen geleidelijk aan als de lichten branden. | ||