Renault Master 3 phase 1

Controleer de staat van de zekeringen als een elektrisch apparaat niet werkt.

Trek de zekering los met behulp van het tangetje 1, dat zich op de achterkant van de klep A bevindt.

U kunt de zekering uit het tangetje schuiven.

Gebruik niet de ongebruikte plaatsen op de zekeringplaat om reservezekeringen in te steken.

Uw auto is uitgerust met twee zekeringplaten: in het interieur en in de motorruimte.

Zekeringen in interieur

Maak de klep A los met behulp van de uitsparing B.

Raadpleeg de sticker met de verklaring van de zekeringen (op de volgende bladzijde) aan de achterkant van klep A.

Zorg dat u altijd een doos met reservelampen en -zekeringen in de auto hebt, deze is verkrijgbaar bij uw merkdealer.

Controleer de betreffende zekering en vervang hem, indien nodig, door een zekering met hetzelfde amperage als de oorspronkelijke zekering.

Door een te sterke zekering kan de bedrading te heet worden en kan brand ontstaan als een elektrisch orgaan door een storing te veel stroom verbruikt.

Bestemming van de zekeringen (AFHANKELIJK VAN DE UITVOERING)

Nummers

Bestemming

Nummers

Bestemming

Nummers

Bestemming

î

Radio, stoelverwarming, multifunctionele display, aansluiting voor audioverbindingen en alarm.

Z

Remlicht, binnenverlichting.

Extra bochtlichten.

Ä

Huis met hulporganen interieur

Handsfree toegang.

ë

Accessoireaansluiting.

ß

Remlichten.

£

Tachograaf.

Æ

Aansteker.

Ruitbediening, airconditioning en huis met hulporganen.

y

Ventilateur verwarming en airconditioning.

a

Instrumentenpaneel.

8

Achterruitverwarming links.

Extra uitrusting.

N

Portiervergrendeling.

7

Achterruitverwarming rechts.

h

Ruitbediening en huis met hulporganen.

D

Huis met hulporganen, richtingaanwijzer en mistachterlicht.

l

Ruitensproeier.

0

Startvergrendeling.

Î

Diagnoseaansluiting.

ñ

Stoelverwarming.

n

ABS/ESC

Zekeringen in de motorruimte

Uitbouwen van het zekeringkastje C

Bouw de bout 2 uit en verwijder het reservoir van de koelvloeistof 3.

Zolang de motor warm is, mogen er geen werkzaamheden aan de motor en het koelsysteem worden uitgevoerd.

Risico van brandwonden.

Zet de vier schroeven 4 los.

Let op bij werkzaamheden dicht bij de motor, deze kan nog warm zijn. Bovendien kan de ventilateurmotor onverwacht gaan draaien. Het waarschuwingslampje in de motorruimte herinnert u hieraan.

Verwondingsgevaar

Draai het huis 5 om bij de zekering van de motorruimte te komen.

Raadpleeg de sticker op het huis 5 en de verklaring op de volgende bladzijde voor het bepalen van de te controleren zekering.

Zorg dat er geen water of stof in het huis 5 komt tijdens het uitbouwen/inbouwen.

Schakel altijd de functie Stop and Start uit voordat u werkzaamheden in de motorruimte uitvoert.

Inbouwen van het zekeringkastje C

Klem de bevestigingen 7 vast, klem daarna de bevestiging 6 vast.

Zet de vier bouten 4 vast om te zorgen dat het huis 5 goed waterdicht is.

Zorg dat er geen water of stof in het huis 5 komt tijdens het uitbouwen/inbouwen.

Plaats het reservoir van de koelvloeistof 3, zet daarna bout 2 vast.

Bestemming van de zekeringen (AFHANKELIJK VAN DE UITVOERING)

Symbool

Bestemming

Symbool

Bestemming

V

Markeringslichten rechts.

P

Grootlicht rechts.

Y

Markeringslichten links.

n

ABS

T

Dimlicht rechts.

f

Ruitenwisser.

L

Dimlicht links.

t

Airconditioning.

G

Mistlicht

d

Ontdooien.

Q

Grootlicht links.