Tips voor het rijden, eco-modus

Het brandstofverbruik is goedgekeurd overeenkomstig een voorgeschreven standaardmethode.

Deze methode is voor alle autofabrikanten hetzelfde en maakt het mogelijk om auto’s met elkaar te vergelijken.

Het werkelijke verbruik is afhankelijk van de gebruiksomstandigheden, de uitrusting en de rijstijl.

Raadpleeg voor een optimaal brandstofverbruik onderstaande aanbevelingen.

Hoofdstuk

De autohold-functie

De auto is gestopt (bijvoorbeeld bij een rood verkeerslicht, een kruispunt, een file, enz.), de functie waarborgt de remkracht zelfs wanneer de bestuurder het rempedaal loslaat.

Hoofdstuk

Bijzondere kenmerken van dieseluitvoeringen: roetfilter

Toerental van de dieselmotor

Dieselmotoren hebben een inspuitpomp die ervoor zorgt dat het afgestelde motortoerental in geen van de versnellingen kan worden overschreden.

Als het bericht “Controleer lucht verontreiniging” verschijnt en de controlelampjes Ä en © oplichten, moet u meteen een merkdealer raadplegen.

Hoofdstuk

Bijzondere kenmerken van benzine-uitvoeringen

Onder bepaalde omstandigheden, zoals:

- te lang doorrijden als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt;

- het gebruik van loodhoudende benzine;

- het gebruik van niet goedgekeurde smeermiddelen of brandstofadditieven.

Of bij het optreden van storingen zoals:

Hoofdstuk

Functie stop and start

Dit systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik en vermindert de uitstoot van broeikasgassen. Het systeem wordt automatisch ingeschakeld wanneer de auto begint te rijden. Tijdens het rijden stopt het systeem de motor (stand-by) wanneer het voertuig tot stilstand komt of langzaam rijdt (afhankelijk van het voertuig). Het controlelampje verschijnt op het instrumentenpaneel.

Voorwaarden van stand-by bij lage snelheid

Hoofdstuk