Controlesysteem bandenspanning

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Wanneer de auto ermee is uitgerust, waarschuwt dit systeem voor verlies van spanning in een of meerdere banden.

Hoofdstuk

Tips voor het rijden, zuinig rijden

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Het brandstofverbruik is goedgekeurd overeenkomstig een voorgeschreven standaardmethode. Deze methode is voor alle autofabrikanten hetzelfde en maakt het mogelijk om auto's met elkaar te vergelijken. Het werkelijke verbruik is afhankelijk van de gebruiksomstandigheden, de uitrusting en de rijstijl. Raadpleeg voor een optimaal brandstofverbruik onderstaande aanbevelingen.

Afhankelijk van het voertuig zijn er verschillende functies beschikbaar om u te helpen het brandstofverbruik te verminderen:

Hoofdstuk

Tips voor onderhoud en minder luchtverontreiniging

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Uw auto voldoet aan de eisen voor recycling aan het einde van de gebruiksduur, die van kracht werden in 2015.

Bepaalde onderdelen van uw auto zijn ontworpen om later gerecycled te worden.

Deze onderdelen zijn gemakkelijk te verwijderen zodat ze ingezameld en in recyclingbedrijven herverwerkt kunnen worden.

Hoofdstuk

Milieu

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Uw auto is ontwikkeld met een zo groot mogelijke aandacht voor het milieu gedurende zijn hele bestaan: bij zijn fabricage, tijdens zijn gebruik en ten slotte als hij gesloopt wordt.

Fabricage

De fabricage van uw auto vindt plaats in een fabriek die stappen onderneemt tot vermindering van de milieueffecten op de leefomgeving en de natuur (vermindering van wateren energieverbruik, lichten geluidsoverlast, wateren luchtverontreiniging, scheiden van afval en terugwinnen van materialen uit afvalstoffen).

Hoofdstuk

Bijzonderheden versies met benzinemotor

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Onder bepaalde omstandigheden, zoals:

  • lang doorrijden als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt;
  • gebruiken van loodhoudende benzine;
  • het gebruik van niet goedgekeurde toevoegingen aan de motorolie of de brandstof.

Of bij het optreden van storingen zoals:

Hoofdstuk

Bijzonderheden versies met dieselmotor

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Toerental van de dieselmotor

Om schade aan de motor te voorkomen, mag het motortoerental tijdens het rijden nooit hoger zijn dan 4.500 tpm, ongeacht welke versnelling is ingeschakeld.

Hoofdstuk

Parkeerrem

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

handrem

Vrij zetten

Trek de hendel 2 iets omhoog waarna u de knop 1 indrukt en de hendel omlaag duwt.

Hoofdstuk

Versnellingsschakelaar

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Versnellingshendel.

Inschakelen achteruitversnelling

(bij stilstaande auto)

Volg de tekening op de knop 1 van de hendel en trek, afhankelijk van de auto, de ring omhoog tegen de knop om de achteruitversnelling in te schakelen.

Hoofdstuk

Functie Stop and Start

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Dit systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik en vermindert de uitstoot van broeikasgassen.

Het systeem wordt automatisch ingeschakeld wanneer de auto begint te rijden.

Tijdens het rijden zet het systeem de motor af (op stand-by) wanneer de auto stilstaat (file, voor een stoplicht enz.).

Omstandigheden waarbij de motor op stand-by wordt gezet

de auto heeft na de laatste stilstand gereden.

Voor de handgeschakeld versnellingsbak:

Hoofdstuk

Contactslot bij auto's met een sleutel.

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Stand "Stop en stuurslot actief" A .

Als u de sleutel 1 uit het slot trekt en het stuur draait, hoort u een klik: de stuurinrichting is nu vergrendeld.

U zet het stuurslot vrij door het stuur en de sleutel iets heen en weer te bewegen.

Stand B "Accessoires"

Het contact staat af maar de accessoires, bijvoorbeeld de radio, kunnen worden gebruikt.

Stand C "Aan"

Het contact staat aan.

Hoofdstuk