Functie Stop & Start

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Dit systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik en vermindert de uitstoot van broeikasgassen. Het systeem wordt automatisch ingeschakeld wanneer de auto begint te rijden. Tijdens het rijden stopt het systeem de motor (stand-by) wanneer het voertuig tot stilstand komt of langzaam rijdt (verkeersopstopping, verkeerslichten enz.), afhankelijk van het voertuig.

Omstandigheden waarbij de motor op stand-by wordt gezet

de auto heeft na de laatste stilstand gereden;

Hoofdstuk

Auto met kaart

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De kaart moet zich binnen de detectiezone 1 bevinden.

Om te starten:

Hoofdstuk

Inrijden

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Benzinemotor

Rijd de eerste 1.000 km niet sneller dan 130 km/u in de hoogste versnelling en laat de motor met niet meer dan 3.000 tot 3.500 tr/min draaien.

Pas na ongeveer 3 000 km zult u over het volle vermogen van de motor kunnen be- schikken.

Onderhoudsbeurten: zie het onderhoudsdocument van uw auto.

Hoofdstuk

Brandstoftank

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Bruikbare tankinhoud:

  • Ongeveer 50 liter;

Om bij ontgrendelde auto het klepje 1 te openen, drukt u op de zone A en laat u vervolgens los. Het klepje 1 wordt geopend.

Hoofdstuk

Ruitenwissers

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Auto voorzien van ruitenwisser met interval

11000_XJLPH2_055_1_image.jpeg

A

een enkele wisbeweging

Door kort te drukken maakt de ruitenwisser één wisbeweging.

Hoofdstuk

CLAXON EN LICHTSIGNALEN

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Geluidssignaal

11000_XJLPH2_053_1_image.jpeg

Druk op het midden van het stuurwiel A om de claxon te laten klinken.

Hoofdstuk

Afstellen van de koplampen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Met schakelaar A kunt u de hoogte van de koplampen aanpassen aan de belasting van de auto.

Als de dimlichten branden, drukt u op of trekt u aan schakelaar A zo vaak als nodig is voor het selecteren van de gewenste stand op het instrumentenpaneel.

Hoofdstuk