Bedieningsorganen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Bedieningsorganen stuurinrichting links

De hierna beschreven apparatuur IS AFHANKELIJK VAN DE UITVOERING VAN DE AUTO EN VAN HET LAND.

Hoofdstuk

ISOFIX

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Overzicht van de installatie

Bevestiging met het systeem ISOFIX

Hoofdstuk

Installatie van het kinderzitje, algemeen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Op bepaalde zitplaatsen mogen geen kinderzitjes bevestigd worden. Het diagram geeft aan waar een kinderzitje moet worden gemonteerd.

warning

Monteer het kinderzitje bij voorkeur op een zitplaats achterin.

Controleer of het kinderzitje of de voeten van het kind het goed vergrendelen van de voorstoel niet belemmeren Op de voorplaats(en).

Hoofdstuk

keuze van de bevestiging van het kinderzitje

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Er zijn twee bevestigingssystemen voor kinderzitjes: met de autogordel of met het ISOFIX-systeem.

Bevestiging met de autogordel

De autogordel moet worden afgesteld om goed te kunnen werken bij krachtig remmen of bij een botsing.

Laat de gordel lopen zoals de fabrikant van het kinderzitje voorschrijft.

Hoofdstuk

keuze van het kinderzitje

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Kinderzitje “achterstevoren”

Het hoofd van een baby is, naar verhouding, zwaarder dan dat van een volwassene en de nek is zeer kwetsbaar. Vervoer het kind zo lang mogelijk in deze stand (minstens tot het 2 jaar is). Zo worden het hoofd en de nek ondersteund.

Hoofdstuk

Algemeen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Vervoer van kinderen

U dient zich te houden aan de wetgeving van het land waarin u zich bevindt.

Het kind moet, net als een volwassene, altijd correct zitten en zijn vastgemaakt, ongeacht het traject. U bent verantwoordelijk voor de kinderen die u vervoert.

Hoofdstuk