AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN VOORIN

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Afhankelijk van de auto, kunnen deze bestaan uit:

  • gordelspanners van het oprolmechanisme van de autogordel;
  • gordelspanners van de heupgordel;
  • krachtbegrenzers voor de bescherming van de borstkas;
  • airbags bestuurder en passagier voorin

Deze voorzieningen worden gelijktijdig of afzonderlijk, afhankelijk van de ernst van de aanrijding, geactiveerd bij een frontale botsing.

Hoofdstuk

Waarschuwingen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De volgende raadgevingen gelden voor de autogordels voor en achter.

Hoofdstuk

Autogordels achter

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Gordels aan de zijkanten achter 8

Het vergrendelen, ontgrendelen en afstellen gebeuren op dezelfde manier als bij de voorste gordels.

Hoofdstuk

Autogordels

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Gebruik tijdens het rijden altijd de autogordel. Het niet dragen van de gordel is gevaarlijk en strafbaar. Het niet dragen van de gordel is gevaarlijk en strafbaar.

Stel, voordat u start de juiste zithouding af, en daarna voor alle inzittenden de autogordel om de beste bescherming te krijgen.

Hoofdstuk

ACHTERBANK

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Gebruiksmogelijkheden

Achterbank met vaste zitting

(afhankelijk van de auto)

Rugleuning neerklappen

Schuif de voorstoelen voldoende naar voren.

Hoofdstuk

Hoofdsteun achter

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Gebruiksstand

Til de hoofdsteun helemaal omhoog tot deze blokkeert. Controleer de vergrendeling.

Hoofdstuk

Op de voorplaats(en)

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Voorstoelen zonder elektrische verstelling

Stoel vooruit of achteruit schuiven

Til de handgreep 1 op om deze te ontgrendelen. Laat dan de handgreep los en controleer de vergrendeling.

Hoofdstuk