Inrijden

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Dieselmotor

Rijd de eerste 1500 km niet sneller dan 130 km/uur in de hoogste versnelling en houd het toerental onder 2500 tr/min. Daarna kunt u sneller rijden maar pas na 6 000 km zult u over het volle vermogen van de motor kunnen beschikken.

Trek tijdens het inrijden nooit snel op. Als de motor nog koud is mag u hem in de lagere versnellingen nooit met een hoog toerental laten draaien.

Onderhoudsbeurten: raadpleeg het onderhoudsboekje van uw auto.

Hoofdstuk

Reagenstank

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Introductie

warning

De reagens mag niet in contact komen met ogen of huid. Bij onverhoopt contact spoelen met veel water. Indien nodig een arts raadplegen.

warning

Er mogen geen werkzaamheden worden uitgevoerd aan onderdelen van het systeem. Om schade te voorkomen mag uitsluitend deskundig personeel van de erkende dealer werkzaamheden aan het systeem uitvoeren.

Hoofdstuk

Ruitenwissers

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Ruitenwisser/-sproeier voor

tip

De werking van een ruitenwisserblad

Let op de staat van de ruitenwisserbladen. Hun levensduur hangt van u af:

Hoofdstuk

CLAXON EN LICHTSIGNALEN

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Claxon

Druk op het midden van het stuurwiel A.

Lichtsignaal

Trek voor een lichtsignaal de schakelaar 1 naar u toe.

Hoofdstuk

Afstellen van de koplampen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Bij de auto’s die ermee uitgerust zijn, kan de knop A de stand van de koplampen aanpassen aan de belasting.

Hoofdstuk

Spiegels

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>
warning

Voer deze aanpassingen uitsluitend uit als de auto stilstaat.

warning

Voorwerpen die worden waargenomen in de achteruitkijkspiegel zijn in werkelijkheid dichterbij dan ze lijken.

Voor uw eigen veiligheid dient u hiermee rekening te houden bij het bepalen van de afstand, voordat u een manoeuvre uitvoert.

Hoofdstuk