hulp- en correctiesystemen tijdens het rijden (1/4)

Afhankelijk van de auto, kunnen deze bestaan uit:

- het antiblokkeersysteem van de wielen (ABS);

- het elektronische stabiliteitsprogramma (ESC) met onderstuurcontrole en tractiecontrole;

- de noodstopbekrachtiging;

- hulp bij het wegrijden op een helling.

Hoofdstuk

Milieu

Uw auto is ontwikkeld met een zo groot mogelijke aandacht voor het milieu gedurende zijn gehele bestaan: bij zijn fabricage, tijdens zijn gebruik en ten slotte als hij gesloopt wordt.

Deze aandacht blijkt uit het ondertekenen eco² door de fabrikant.

Fabricage

Hoofdstuk

Tips voor het rijden, eco-modus (1/5)

Het brandstofverbruik is goedgekeurd overeenkomstig een voorgeschreven standaardmethode. Deze methode is voor alle autofabrikanten hetzelfde en maakt het mogelijk om auto’s met elkaar te vergelijken. Het werkelijke verbruik is afhankelijk van de gebruiksomstandigheden van de auto, de uitrustingen en de rijstijl. Raadpleeg voor een optimaal brandstofverbruik onderstaande aanbevelingen.

Hoofdstuk

VERSNELLINGSHENDEL

Versnellingshendel

Auto’s met handgeschakelde versnellingsbak: volg de tekening op knop 1.

Hoofdstuk

Bijzonderheden van de uitvoeringen met een dieselmotor

Toerental van de dieselmotor

De inspuitpomp van de dieselmotor heeft een mechanische begrenzing die er voor zorgt dat het afgestelde motortoerental in geen van de versnellingen kan worden overschreden.

Als de boodschap “CONTR_ LUCHT-VERONTREINIGING” wordt weergegeven en de controlelampjes Ä en © oplichten, raadpleeg dan snel een merkdealer.

Hoofdstuk

BIJZONDERHEDEN VAN DE BENZINEMOTOR

Onder bepaalde omstandigheden, zoals:

- te lang doorrijden als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt;

- het gebruik van loodhoudende benzine;

- het gebruik van niet goedgekeurde toevoegingen aan de motorolie of de brandstof.

Of bij het optreden van storingen zoals:

Hoofdstuk

Functie Stop and start (1/4)

Dit systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik en vermindert de uitstoot van broeikasgassen. Het systeem wordt automatisch ingeschakeld wanneer de auto begint te rijden. Tijdens het rijden zet het systeem de motor af (op stand-by) wanneer de auto stilstaat (file, voor een stoplicht enz.).

Omstandigheden waarbij de motor op stand-by wordt gezet

De auto heeft na de laatste stilstand gereden.

Hoofdstuk

INRIJDEN

Benzinemotor

Rijd de eerste 1 000 km niet sneller dan 130 km/uur in de hoogste versnelling en laat de motor met niet meer dan 3 000 tot 3 500 tr/min draaien.

Pas na ongeveer 3 000 km zult u over het volle vermogen van de motor kunnen beschikken.

Onderhoudsbeurten: zie het onderhoudsdocument van uw auto.

Hoofdstuk