Kinderveiligheid: installatie van het kinderzitje, algemeen (1/2)

Op bepaalde zitplaatsen mogen geen kinderzitjes bevestigd worden Op het schema op de volgende bladzijde ziet u waar u een kinderzitje mag bevestigen.

De genoemde types kinderzitjes zijn niet overal leverbaar. Controleer, voordat u een ander kinderzitje gebruikt, bij de fabrikant of het gemonteerd kan worden.

Hoofdstuk

kinderveiligheid: keuze van de bevestiging van een kinderzitje (1/2)

Er zijn twee bevestigingssystemen voor kinderzitjes: met de autogordel of met het ISOFIX systeem.

Bevestiging met de autogordel

De autogordel moet worden afgesteld om goed te kunnen werken bij krachtig remmen of bij een botsing.

Laat de gordel lopen zoals de fabrikant van het kinderzitje voorschrijft.

Hoofdstuk

VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN BESCHERMING ZIJKANT

Zijairbags

Dit is een airbag die aan de kant van het portier ondergebracht is in de rugleuning van elk van de voorstoelen en komt in werking om de inzittenden te beschermen bij een zware aanrijding tegen de zijkant.

Hoofdstuk

AANVULLENDE VOORZIENINGEN OP DE VOORGORDEL (1/6)

Afhankelijk van de auto, kunnen deze bestaan uit:

- gordelspanners van het oprolmechanisme van de autogordel voorin;

- krachtbegrenzers voor de bescherming van de borstkas;

- airbags bestuurder en passagier voorin

Deze voorzieningen worden gelijktijdig of afzonderlijk, afhankelijk van de ernst van de aanrijding, geactiveerd bij een frontale botsing.

Hoofdstuk

AUTOGORDELS (1/4)

Gebruik tijdens het rijden altijd de autogordel. Het niet dragen van de gordel is gevaarlijk en strafbaar. Bovendien dient u zich te houden aan de wetgeving van het land waarin u zich bevindt

Hoofdstuk