Boordcomputer A of B

Afhankelijk van de auto, beschikt hij over de volgende functies:

Auto uitgerust met boordcomputer A

De functies zijn verdeeld over de zones 5, 6, 7 en 8. De positie van de zones varieert afhankelijk van de rijstijl geselecteerd.

Druk op de schakelaar 1 om tussen de zones te schakelen en selecteer functies door herhaaldelijk op schakelaar 2 of 3 te drukken. Gebruik vervolgens indien nodig de schakelaar 4 "OK " om te bevestigen.

Auto uitgerust met boordcomputer B

De functies zijn verdeeld over de zone 9 en 10.

Druk op de schakelaar 1 om tussen de zones te schakelen en selecteer functies door herhaaldelijk op schakelaar 2 of 3 te drukken. Gebruik vervolgens indien nodig de schakelaar 4 "OK " om te bevestigen.

Selecties

(het display hangt af van de uitvoering van de auto en het land)

f) Ritoverzicht, storings- en informatieberichten;

b) actueel brandstofverbruik en gemiddelde brandstofverbruik;

c) dagteller en gemiddelde snelheid;

d) reset van de bandenspanning;

e) stel de tijd in;

f) onderhoudsinterval:

  • Afstand tot de volgende onderhoudsbeurt;
  • Resterende afstand tot olieverversing

g) geschat bereik met de resterende reagens.

Resetten van de dagteller en ritinstellingen (resetknop)

Houd, met een van de ritparameters op de display, de schakelaar 4 "OK " ingedrukt totdat de weergave naar nul wordt gereset.

Automatische nulinstelling van de gegevens van de reis

De nulinstelling gebeurt automatisch als één van de gegevens zijn maximale waarde bereikt.

Betekenis van de waarden gedurende de eerste paar kilometer na een nulinstelling

De waarden van gemiddeld verbruik, bereik en gemiddelde snelheid worden stabieler en nauwkeuriger naarmate de afgelegde afstand vanaf de laatste nulinstelling groter wordt.

De eerste kilometers na een nulinstelling kunt u constateren dat de actieradius toeneemt tijdens het rijden. Dit komt doordat rekening wordt gehouden met het gemiddeld verbruik sinds de laatste nulinstelling. Maar het gemiddeld verbruik kan afnemen als:

  • de auto met een constante snelheid rijdt;
  • de motor zijn bedrijfstemperatuur bereikt (nulinstelling bij koude motor);
  • u vanuit druk stadsverkeer op de buitenweg komt.