Actieve noodrem

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Het systeem gebruikt informatie van de camera 1 om de afstand te bepalen tot uw auto:

  • de voorligger op dezelfde rijstrook;

of

Hoofdstuk

Waarschuwing veiligheidsafstand

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Gebaseerd op de informatie van de camera 1 informeert deze functie de bestuurder over het tijdsinterval tussen de eigen auto en de voorligger zodat een veilige afstand tussen de twee auto's kan worden aangehouden.

Hoofdstuk

Dodehoekwaarschuwing

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

12012_BJAPH2_022_1_image.jpeg

Op basis van de informatie van de sensoren aan elke kant van de achterbumper (zone C), wordt de bestuurder gewaarschuwd:

  • wanneer een ander voertuig zich binnen detectiezone A bevindt;

en/of

Hoofdstuk

Tips voor het rijden, zuinig rijden

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Zuinig rijden

Het brandstofverbruik is goedgekeurd overeenkomstig een voorgeschreven standaardmethode.

Deze methode is voor alle autofabrikanten hetzelfde en maakt het mogelijk om auto's met elkaar te vergelijken.

Het werkelijke verbruik is afhankelijk van de gebruiksomstandigheden, de uitrusting en de rijstijl.

Raadpleeg voor een optimaal brandstofverbruik onderstaande aanbevelingen.

Hoofdstuk

Tips voor onderhoud en minder luchtverontreiniging

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Uw auto voldoet aan de eisen voor recycling aan het einde van de gebruiksduur, die van kracht werden in 2015.

Bepaalde onderdelen van uw auto zijn ontworpen om later gerecycled te worden.

Deze onderdelen zijn gemakkelijk te verwijderen zodat ze ingezameld en in recyclingbedrijven herverwerkt kunnen worden.

Hoofdstuk

Milieu

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Uw auto is ontwikkeld met een zo groot mogelijke aandacht voor het milieu gedurende zijn hele bestaan: bij zijn fabricage, tijdens zijn gebruik en ten slotte als hij gesloopt wordt.

Fabricage

De fabricage van uw auto vindt plaats in een fabriek die stappen onderneemt tot vermindering van de milieueffecten op de leefomgeving en de natuur (vermindering van wateren energieverbruik, lichten geluidsoverlast, wateren luchtverontreiniging, scheiden van afval en terugwinnen van materialen uit afvalstoffen).

Hoofdstuk

Bijzonderheden versies met benzinemotor

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Onder bepaalde omstandigheden, zoals:

  • lang doorrijden als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt;
  • gebruiken van loodhoudende benzine;
  • bij gebruik van niet-goedgekeurde smeermiddelen of brandstofadditieven,

of bij het optreden van storingen zoals:

Hoofdstuk

Bijzonderheden versies met dieselmotor

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Toerental van de dieselmotor

Om schade aan de motor te voorkomen, mag het motortoerental tijdens het rijden nooit hoger zijn dan 4.500 tpm, ongeacht welke versnelling is ingeschakeld.

Hoofdstuk