Bedieningsorganen stuurinrichting links

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De hierna beschreven apparatuur IS AFHANKELIJK VAN DE UITVOERING VAN DE AUTO EN VAN HET LAND.

1.

Ventilatieroosters links en rechts.

2.

Schakelaar voor:

Hoofdstuk

Passagierdetectiesysteem

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Werkzaamheden

Afhankelijk van de auto beheert het passagiersdetectiesysteem automatisch de activering en deactivering van de passagiersairbag afhankelijk van of de passagiersstoel voorin bezet is.

Hoofdstuk

Bevestiging met het ISOFIX -systeem

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Overzicht van de installatie

tip

Voor de voorpassagiersstoel wordt het gebruik van een kinderzitje met vloersteun aanbevolen, om te voorkomen dat het waarschuwingssignaal van de veiligheidsgordel wordt geactiveerd.

Hoofdstuk

Installatie van het kinderzitje, algemeen

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Op bepaalde zitplaatsen mogen geen kinderzitjes bevestigd worden. De installatietabel en het schema geven aan waar een kinderzitje Kinderzitjes moet worden bevestigd.

warning

Monteer het kinderzitje bij voorkeur op een zitplaats achterin.

Hoofdstuk

keuze van de bevestiging van het kinderzitje

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Er zijn twee bevestigingssystemen voor kinderzitjes: met de autogordel of met het ISOFIX-systeem.

Bevestiging met de autogordel

De autogordel moet worden afgesteld om goed te kunnen werken bij krachtig remmen of bij een botsing.

Laat de gordel lopen zoals de fabrikant van het kinderzitje voorschrijft.

Hoofdstuk