Regeneratief remsysteem

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Bij loslaten van het gaspedaal gebruikt het voertuig regeneratief remmen om het voertuig af te remmen.

Een deel van deze energie wordt omgezet in elektriciteit om de tractiebatterij op te laden.

Hoofdstuk

Versnellingshendel.

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Inschakelen achteruitversnelling

Bij stilstaande auto, schakelt u eerst in neutraal en vervolgens zet u de versnellingshendel in de achteruitversnelling.

Hoofdstuk

Functie Stop and Start

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Dit systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik en vermindert de uitstoot van broeikasgassen.

Het systeem wordt automatisch ingeschakeld wanneer de auto begint te rijden.

Tijdens het rijden zet het systeem de motor af (op stand-by) wanneer de auto stilstaat (file, voor een stoplicht enz.).

Hoofdstuk

Contactslot bij auto's met een kaart

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>
tip

Starten van de auto’s

Op horizontale ondergrond, met onbelaste auto, is het raadzaam in de tweede versnelling weg te rijden.

warning

Start uw auto nooit in vrijloop op een helling. De stuurbekrachtiging kan hierdoor worden uitgeschakeld.

Kans op ongevallen.

Hoofdstuk

Startschakelaar

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Stand St: "Stop en stuurslot"

Als u de sleutel uit het slot trekt en het stuur draait, hoort u een klik: de stuurinrichting is nu vergrendeld.

U zet het stuurslot vrij door het stuur en de sleutel iets heen en weer te bewegen.

Hoofdstuk

Inrijden

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

(Versie met verbrandingsmotor)

Rijd de eerste 1500 km niet harder dan ongeveer 90 km/uur in de hoogste versnelling, met een toerental lager dan 2500 tpm. Daarna kunt u sneller rijden, maar de motor bereikt zijn volle vermogen pas na 6000 km.

Trek tijdens het inrijden nooit snel op. Als de motor nog koud is mag u hem in de lagere versnellingen nooit met een hoog toerental laten draaien.

Onderhoudsbeurten: raadpleeg het onderhoudsdocument van de auto.

Hoofdstuk