Afhankelijk van het voertuig kunt u met de schakelaar A de hoogte van de koplampstralen aanpassen aan de belading.
Als de dimlichten branden, drukt u op of trekt u aan schakelaar A zo vaak als nodig is voor het selecteren van de gewenste stand op het instrumentenpaneel.
Om te voorkomen dat u in het donker verblind wordt door de koplampen van achter u rijdende voertuigen, kunt u de achteruitkijkspiegel kantelen met het knopje 1 achter de spiegel.