Bijzonderheden versies met benzinemotor

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De volgende werkingscondities moeten worden vermeden:

  • lang doorrijden als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt;
  • gebruiken van loodhoudende benzine;
  • het gebruik van niet goedgekeurde smeermiddelen of brandstofadditieven.

Of bij het optreden van storingen zoals:

Hoofdstuk

Autohold

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De auto is gestopt (bijvoorbeeld bij een rood verkeerslicht, een kruispunt, een file, enz.), de functie waarborgt de remkracht zelfs wanneer de bestuurder het rempedaal loslaat.

De remkracht wordt opgeheven zodra de bestuurder voldoende accelereert met een ingeschakelde versnelling.

Inschakelen

Druk op de schakelaar 3.

Het waarschuwingslampje van de schakelaar 3 verschijnt om te bevestigen dat de functie is ingeschakeld.

Hoofdstuk

Elektronische parkeerrem.

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Automatische werking

Vastzetten van de automatische parkeerrem

Bij stilstaande auto kunt u de auto blokkeren met behulp van de automatische parkeerrem:

  • door te drukken op de start/stop-knop van de motor ;

of

  • als de bestuurdersgordel niet is vastgemaakt;

of

Hoofdstuk

Functie Stop & Start

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

Dit systeem zorgt voor een lager brandstofverbruik en vermindert de uitstoot van broeikasgassen. Het systeem wordt automatisch ingeschakeld wanneer de auto begint te rijden. Tijdens het rijden stopt het systeem de motor (stand-by) wanneer het voertuig tot stilstand komt of langzaam rijdt (verkeersopstopping, verkeerslichten enz.), afhankelijk van het voertuig.

Omstandigheden waarbij de motor op stand-by wordt gezet

de auto heeft na de laatste stilstand gereden;

Hoofdstuk

Auto met kaart

<?xml version="1.0" standalone="yes"?>

De kaart moet zich binnen de detectiezone 1 bevinden.

Om te starten:

Hoofdstuk