Storingen

Onderstaande aanwijzingen helpen u eventuele storingen snel, maar voorlopig, te verhelpen. Laat de auto echter wel zo spoedig mogelijk door een merkdealer nakijken.

Met de afstandsbediening
MOGELIJKE OORZAKEN
WAT TE DOEN
De afstandsbediening werkt niet voor het ontgrendelen of vergrendelen van de portieren.
Batterij van de afstandsbediening leeg.
Gebruik de sleutel.
Gebruik van apparaten die op dezelfde frequentie als de afstandsbediening werken (mobiele telefoon, enz.).
Gebruik deze apparaten niet of gebruik de sleutel.
De auto bevindt zich in een sterk elektromagnetisch veld.
U kunt nog steeds uw auto vergrendelen/ontgrendelen en STARTSCHAKELAARstarten.
De motor van de auto is gestart.
Terwijl de motor draait, is het niet mogelijk om de auto te ver-/ontgrendelen met de sleutel. Zet het contact uit.
Desynchronisatie van de afstandsbediening.
Ontgrendel het portier linksvoor met de sleutel in het deurslot en start vervolgens de motor STARTSCHAKELAAR om de afstandsbediening te synchroniseren.
U schakelt de startmotor in
MOGELIJKE OORZAKEN
WAT TE DOEN
De controlelampjes gaan zwakker of niet branden, de startmotor draait niet.
Accuklemmen niet goed vastgezet, los of geoxideerd.
Roep de hulp in van een merkdealer.
Accu ontladen of defect.
Sluit een andere accu aan op de defecte accu ACCU: PECHHULP of vervang de accu indien nodig ACCU:.
Duw de auto niet aan als de stuurkolom is vergrendeld.
De motor wil niet starten.
De voorwaarden voor het starten zijn niet vervuld.
De stuurkolom blijft vergrendeld.
Stuurwiel geblokkeerd.
Zet het stuurslot vrij door het stuur en de sleutel te draaien .
Elektrische uitvoering
MOGELIJKE OORZAKEN
WAT TE DOEN
De tractiebatterij kan niet worden opgeladen.
Het waarschuwingslampje van de oplaadklep knippert rood.
De buitentemperatuur is minder dan -26 °C.
Laad uw auto weer op een gematigde plek op. Indien nodig SLEPEN: PECH.
Er zit geen stroom op de wandcontactdoos of de kabel is niet goed aangesloten.
Laat uw installatie controleren (hoofdschakelaar, programmeerapparaat...).
Controleer de aansluitingen (laadcontact enz.) .
Het snoer is defect.
Raadpleeg een merkdealer voor een vervangend exemplaar.
De tractiebatterij kan niet worden opgeladen.
Het waarschuwingslampje van de oplaadklep knippert blauw.
Het laadsnoer is niet correct op de auto aangesloten.
Sluit de laadkabel goed aan op de auto .
Tijdens het rijden
MOGELIJKE OORZAKEN
WAT TE DOEN
Trillingen.
Banden te zacht, beschadigd of uit balans.
Controleer de spanning van de banden: als dit niet de oorzaak is, laat hun staat dan door een merkdealer controleren.
De vloeistof in het expansievat borrelt.
Mechanische storing: koppakking opgeblazen.
Zet de motor stil.
Roep de hulp in van een merkdealer.
Rook onder de motorkap.
Kortsluiting of lekkage van het koelcircuit.
Stop, zet het contact uit, ga bij de auto vandaan en roep de hulp in van een merkdealer.
Het waarschuwingslampje voor de oliedruk gaat branden:
  
in een bocht of tijdens het remmen
Het peil is te laag.
Motorolie MOTOROLIEtoevoegen.
dooft langzaam of blijft branden bij gas geven
Te lage oliedruk.
Stop en roep de hulp in van een merkdealer
Witte rook uit de uitlaat.
Dit is meestal geen defect. De rook ontstaat door de regeneratie van het roetfilter.
Rook onder de auto bij het aanzetten van de verwarming.
Dit is meestal geen defect. De rook kan uit de kachel komen.
In dat geval verdwijnt de rook geleidelijk wanneer de temperatuur in de auto de ingestelde temperatuur heeft bereikt.
 
Het sturen gaat zwaar.
Oververhitting van de bekrachtiging.
Probleem met de elektrische bekrachtigingsmotor.
Storing in het hulpsysteem.
Rijd voorzichtig bij lage snelheid, let op de kracht die u moet zetten op het stuurwiel om de wielen te draaien. Raadpleeg voor de exacte gegevens de merkdealer.
De motor wordt te warm. De waarschuwingslampjes koelvloeistoftemperatuur en img_1_all_040_1.svg verschijnen.
Koelventilateur defect.
Zet de motor af en roep de hulp in van een merkdealer.
Koelvloeistoflekkage.
Controleer het koelvloeistofreservoir: er moet vloeistof in zitten. Als het leeg is, raadpleeg zo snel mogelijk een merkdealer.
Gestopt
MOGELIJKE OORZAKEN
WAT TE DOEN
De koelventilator van de motor begint te draaien nadat het contact is uitgeschakeld.
Dit is meestal geen defect. De koelventilator van de motor kan starten om de motortemperatuur te regelen. Dit kan enkele minuten doorgaan nadat de motor is uitgeschakeld.
 
De koelventilator van de motor draait langer dan 10 minuten nadat de motor is uitgeschakeld.
Raadpleeg voor de exacte gegevens de merkdealer.
Elektrische apparaten
MOGELIJKE OORZAKEN
WAT TE DOEN
De ruitenwissers werken niet.
Ruitenwisserbladen kleven.
Maak de wisserbladen los van de ruit.
Elektrische installatie defect.
Raadpleeg voor de exacte gegevens de merkdealer.
Zekering beschadigd.
Vervang de zekering of laat deze vervangen ZEKERINGEN.
De ruitenwisser stopt niet.
Elektrische verstelling defect.
Raadpleeg voor de exacte gegevens de merkdealer.
Knipperfrequentie te hoog.
Defecte koplamplamp voor.
Defecte achter- of zijlichtlamp.
Zekering beschadigd.
Vervang de zekering of laat deze vervangen ZEKERINGEN.
De knipperlichten werken niet.
Elektrische installatie of schakelaar defect.
Raadpleeg voor de exacte gegevens de merkdealer.
Zekering beschadigd.
Vervang de zekering of laat deze vervangen ZEKERINGEN.
De koplampen schakelen niet in of niet uit.
Elektrische installatie of schakelaar defect.
Raadpleeg voor de exacte gegevens de merkdealer.
Zekering beschadigd.
Vervang de zekering of laat deze vervangen ZEKERINGEN.
Condens in de koplampen of achterlichten.
Condens is een normaal verschijnsel dat door variaties in temperatuur en vochtigheid kan worden veroorzaakt.
In dat geval verdwijnen de sporen snel als de lichten branden.
 
Ondoorzichtige (zwarte) sporen in de achterlichten.
Bij het wassen van de auto of na een regenbui kan er water in het loopkanaal van de lichtunit stromen. Er kunnen sporen van vocht verschijnen.
In deze situatie verdwijnen de sporen na een paar uur.