Renault Symbioz
Het hybridesysteem selecteert de verbrandingsmotor en/of de elektromotor op basis van de rijstijl (soepel of sportief rijden enz.), de verkeersomstandigheden en de geselecteerde rijmodus MULTI-SENSE.
Diepe plassen, overstromingen:
| Rijd niet verder als het water op de weg hoger staat dan de onderrand van de velgen. |
Energiestroom
Het display varieert afhankelijk van het instrumentenpaneel B en C.
Instrumentenpaneel B
Afhankelijk van de gekozen rijmodus worden de verschillende energiestromen D op het instrumentenpaneel weergegeven.
Dit zijn energiestromen tussen:
- 7: de verbrandingsmotor;
- 8: de elektrische groep (tractiebatterij en elektromotor).
De kleur van stromen varieert:
- wit: energie geproduceerd door de verbrandingsmotor.
- blauw: elektrische energie;
Waarschuwingslampje regeneratief remniveau E
Wanneer u het gaspedaal loslaat of het rempedaal indrukt, zet de elektromotor en/of het regeneratieve remsysteem de energie die wordt geproduceerd door de vertraging van het voertuig om in elektrische energie.
Deze wordt gebruikt om het voertuig te remmen en de tractiebatterij op te laden.
Instrumentenpaneel C
Afhankelijk van de geselecteerde rijmodus duidt het controlelampje D de energiestromen aan tussen:
- de verbrandingsmotor 7;
- de elektrische groep (tractiebatterij en elektromotor) 8;
- de auto 9.
De kleur van stromen varieert:
- blauw: elektrische energie;
- wit: energie geproduceerd door de verbrandingsmotor.
Stroom E "Elektrische tractie"
De elektrische groep wordt gebruikt om het voertuig te verplaatsen.
Stroom F "Verbrandingsmotor"
De verbrandingsmotor wordt gebruikt om het voertuig te verplaatsen.
Stroom G "Energieterugwinning"
Wanneer u het gaspedaal loslaat of het rempedaal indrukt, zet de elektromotor en/of het regeneratieve remsysteem de energie die wordt geproduceerd door de vertraging van het voertuig om in elektrische energie.
Deze wordt gebruikt om het voertuig te remmen en de tractiebatterij op te laden.
Stroom H "Energieproductie"
De verbrandingsmotor laadt de tractiebatterij op.
Opmerking: een combinatie van verschillende stromen is mogelijk (bijv. een combinatie van stroom E en stroom F betekent dat zowel de verbrandingsmotor als de elektromotor de auto aandrijven).
tip
Bijzonderheid
Wanneer de tractiebatterij een maximaal laadniveau bereikt, wordt regeneratief remmen (motorrem) tijdelijk verminderd.
Pas uw rijstijl hierop aan.
warning
Het remmen op de motor kan in geen geval het indrukken van het rempedaal vervangen.
Volledig elektrische rijmodus
De indicator 10
verschijnt op het instrumentenpaneel om aan te geven dat het hybride systeem alleen de elektrische groep gebruikt om het voertuig aan te drijven.
Opmerking: als het laadniveau van de tractiebatterij laag is, schakelt het voertuig automatisch over naar de hybride modus en start de verbrandingsmotor: de indicator 10
verdwijnt van het instrumentenpaneel om dit te bevestigen.
tip
Het wordt aanbevolen om niet in volledig elektrische modus te rijden met een lege brandstoftank.
Wanneer het oranje waarschuwingslampje
verschijnt op het instrumentenpaneel en er is een pieptoon te horen, vul de tank dan zo snel mogelijk met brandstof.
Risico op stilstand
Als er geen brandstof in de tank zit, schakelt het voertuig automatisch over op de volledig elektrische modus.
Als u rijdt totdat de tractiebatterij leeg is, is het onmogelijk om de auto opnieuw te starten (zelfs niet na het tanken). Roep de hulp in van een merkdealer.
Het laadniveau van de tractiebatterij op peil "E-save" houden
Deze modus zorgt dat de tractiebatterij voldoende lading houdt voor een bergweg of een lange helling op een snelweg.
Inschakelen/uitschakelen van de "E-save"-functie.
Druk met draaiende motor schakelaar 11 in.
Het waarschuwingslampje 11 licht op.
Druk nogmaals op de schakelaar 11 om deze modus uit te schakelen.
Het controlelampje in de schakelaar 11 dooft.